Korps mariniers 1970

Pagina in bewerking

Qua Patet Orbis: Zover de wereld strekt

De aanloop naar invulling van de dienstplicht

Zoals bij menige Nederlandse tiener viel gedurende m’n 17e levensjaar ’n brief van het Ministerie van Defensie in de bus om naar de keuring in Deventer te komen om te zien of je geschikt bent voor de Dienstplicht. Deze dienstplicht gold destijds nog voor de oudste 3 mannelijke kinderen uit ’n gezin. Ik was de oudste zoon dus voor mij geen ontkomen aan. De 2e kandidaat, broer Joop was ook de Sjors maar de 3e broer Fons die wilde boer worden (troonopvolger) dus had of kreeg vrijstelling.

de Keuringen

Keuring in Deventer, ’n hele reis en een totaal onbekend metier voor mij. Of ik goedgekeurd ben weet ik niet maar na enige tijd een nieuwe brief van de Koninklijke Marine of ik in Hilversum wilde verschijnen.

Complexe keuring, o.a. maatvoering opnemen of er geen afwijkingen zijn, gezichtsvermogen, kleurenblindheid controleren, allerlei fysieke functies en een reeks aan fysieke en psychische testen. Op ’t eind nog een interview met drie opponenten. Ook de vraag wat ik zou willen doen bij de Marine. Nou ik was techneut dus machinist leek me wel wat. Aldus genoteerd! En als no.2? Ja wat hebben jullie nog meer? Marine luchtvaartdienst! Nou sleutelen aan vliegtuigen sprak ook wel tot de verbeelding. En 3? Geen idee. Mariniers? geen idee wat dat is. Nou dan noteren we dat als 3. Prima zal toch wel 1 worden.

Na een paar maand alweer een uitnodigings brief. Of ik maandag 2 november 1970 naar Doorn wilde komen, adres erbij, de van Braam Houckgeest kazerne. Lichting 70/6. Ik werkte bij Phenolpers in Eibergen dus daar bracht ik die boodschap. M’n technische chef, Penterman, aldaar kreeg me zover, na wederom ’n conflict, dat ik ontslag nam net voor die datum, de boef. Gedurende m’n 1,5 jaar dienstverband was ik al meerdere keren ontslagen door hem maar evenzo vaak weer aangenomen door m’n directe chef, na overleg met die Penterman en de Technisch direkteur. Maar die laatste keer betekende het dat ik geen werk had op t moment dat ik weer uit Dienst kwam 21 maand later. M’n directe collega’s, van de Technische Dienst, gaven me de boodschap nog mee: “Doorn haha? Nou doar zult ze ow wal klein kriegen”.

De dienstplicht 70/6

Dus op 2 november 1970, naar Ruurlo en met de trein naar Doorn. Vervoerbewijs zat erbij in de uitnodiging dus dat kon niet missen, treinreis was voor mij peanuts, ik was tenslotte al ‘ns naar Hilversum geweest, ervaren rot dus. Doorn: drie maanden basis opleiding tot Marinier 3. Nou dat ging, kortweg gezegd, prima. Als je een beetje van sport hield en afzien dan was ’t niet bijzonder in mijn ogen. Tevens zag ik het ook een beetje als een spel met de instructeurs. Natuurlijk waren er ook uitvallers, maar die gasten waren wellicht op meerdere plekken uitgevallen. Geen affiniteit met fysiek presteren, niet in de groep passen en zo.

Aan het eind van die opleiding de selectie voor een aanvullende opleiding van drie maand tot onderofficier. Nou prima, verguld. Aan het eind daarvan de vraag of ik naar “de West” wilde, Curaçao of Aruba. Ik kon niet wachten. Thuis vond men ’t wel wat, 1,5 jaar zover weg van huis.

Koffer of rugzak pakken, weet niet meer wat ik meegenomen heb. Zeker niet welke kleding, misschien wel warme wollen kleding? Ik stond er behoorlijk onwetend in.

De West” (Curaçao) . Had ook Aruba kunnen zijn.

Qua Patet Orbis ” Zover de wereld strekt

Maar goed omstreeks 1 mei 1971 vertrek naar de West, Curaçao. M’n ouders brachten me naar station Ruurlo, moeder pinkte een traantje weg, ik dacht :” Wat is hier aan de hand?” Ik keek nog ’n keer goed, het beeld drong niet echt door maar bleek later toch ergens te beklijven. De trein vertrok stipt op tijd……

Nog enkele dagen Doorn. Wat lessen over de bedreigingen en kansen op ’t eiland. Vrouwen, geslachts ziekten, drank, evenwicht, balans, etc. Veel zaken die in Beltrum (Achterhoek) nog niet tot me waren doorgedrongen. Ook nog wat spullen inpakken, rugzak, plunjebaal.

Vervolgens, gezamenlijk met gasten uit mijn lichting, naar Schiphol in een groene leger bus. Tot m’n verbazing zie ik veel maten daar uitbundig afscheid nemen van de ouders, broers, zusters en vrienden en soms vriendinnen. Goh zo had ’t dus ook gekund. Ik scharrel een beetje eenzaam rond. We vliegen via Madrid. Pfff warm daar maar we blijven op de luchthaven en vliegen door over de Atlantische Oceaan naar nog ’n tussenstop op Barbedos. Pffffffff alsof je ’n klap in je gezicht krijgt zo warm. Even tanken (2 uur) en dan door naar Curacao vliegveld Hato. Ook daar is het warm. We worden opgewacht door een chauffeur met een open 3-tonner, en “door weer en wind” haha, naar de kazerne gereden. Later werd duidelijk dat elke verplaatsing van manschappen op deze wijze ging. Suffisant ling ergen tussen vliegveld Hato en het centrum van Willemstad in, in het noorden, aan de rand van de stad dus.

We kijken nieuwsgierig en wat verward rond naar dit andere koningsrijks deel. Moe van de reis maar benieuwd naar wat dit eiland gaat brengen.

Suffisant

Eerste huisvesting in een gebouwtje met een 10-tal stretchers, de z.g. “piketkamer”, vlakbij de poort van kazerne Suffisant.

Rechts naast de poort het “wachtgebouw” daarachter in lijn de ontvangst barak. De pijl wijst naar Barak 8.

Gebouw zonder glas in de kozijnen, soort louvre klapluiken ervoor, dus slapen in de openlucht eigenlijk. Muggen netje erover. Introductie weken. De hitte went, zeker tijdens het introductie programma van 2 weken. Natuurlijk langs alle burootjes/ “winkeltjes” op de kazerne.

  • de wasbaas
  • kledingbaas
  • Repatkistbaas
  • Kantine
  • Toko
  • cafetaria
  • Buro S3 waaronder de Tekenkamer.
  • O.S. & O. (Ontwikkeling, Sport & Ontspanning.)
  • Donkere Kamer (voor de fotograaf)
  • KMT (Katholiek Militair Tehuis)
  • PMT (Protestant Militair Tehuis)
  • Botelier
  • Wapenkamer
  • de Facteur (de Post)
  • Tandarts
  • Barbier
  • Openlucht bioscoop
  • Ziekenboeg
  • etc.

San Pedro introductie

Oefen weekje, 2 dgn tocht, over de San Pedro vlakte aan de Noordzijde van het eiland. Kennismaking met vocht discipline, oftewel ’n tocht van 40 km, met volle bepakking door de hitte 35-40 graden C. leren om met 1 drinkbus 0,7 ltr te voltooien. Proberen…….. meer kreeg je niet was er niet.

Rechtsonder vliegveld Hato. Niet ver van Westpunt de Christoffel, het hoogste punt van het eiland. 321 mtr.

San Pedro een gortdroge vlakte 1-2 km breed en 40 km langs de Noord-Oostkust. Elk uur klein slokje. Aan het eind van die tocht de beklimming van de St Christoffel 321 mtr hoog, daarna springend als een klimgeit weer naar beneden.

Ook enkele dagen in het Marine Landhuis Ascension. Daar werd een introductie gegeven van hetgeen we verwachten konden met wat voorlichting omtrent hoe te handelen en te gedragen.

Dit uit 1672 daterende plantagehuis dat in 1965 door de Koninklijke Marine als vormingscentrum in gebruik is genomen, is één van de mooist gerestaureerde en gemeubileerde Landhuizen van Curaçao. Het landhuis ligt hoog op een heuvel rechts van de weg als U van Willemstad naar Westpunt rijdt, net voor het dorpje Barber.

Baantjes gast

Na die twee weken lig ik ’n keer op m’n rug naar het plafond te staren in de ontvangst barak en realiseer me voor het eerst dat ik hier 1,5 jaar moet verblijven. Ik denk, vanaf het moment dat ik in Ruurlo afscheid nam, voor het eerst even tijd om te reflecteren. Die “term” lijkt nu uitzichtloos. Ik bezie zo’n plek in ’n paraat peloton, als onderofficier (korporaal) in de barakken genummerd 1 t/m 5. Kijk er niet naar uit. Wat kan ik doen om hier m’n eigen vorm aan te geven? Daar ga ik maar ‘ns aan werken. Nu waren er in de kazerne van allerlei mensen nodig voor allerlei taken om de boel in stand en draaiende te houden. Per slot wordt zo’n commandant ook maar opgezadeld met de opdracht om die “tent” te runnen. Zal ook wel een financieel plaatjes aan hangen. De mannen in goede conditie en paraatheid houden. Dat is geen vast omlijnd gegeven. Dus oefenen en als de mannen binnen zijn kunnen ze allerlei klusjes doen. Er zijn natuurlijk van allerlei gasten die bepaalde kennis en vaardigheden hebben.

Zo was er b.v. iemand die handig was in de handel en ook handig in timmeren. Hij ging uiteindelijk ’n soort timmerwerkplaats bemannen en bouwde daar repatriërings kisten. Kisten waarin je al je spullen terug naar Nederland stuurde. Afm. naar wens maar veelal ca. lxbxh 1,5×0,7×0,8. Het hout scharrelde hij op allerlei plekken op. Natuurlijk werden er veel Marine zaken vanuit Nederland naar Curaçao gestuurd, natuurlijk in houten kisten. Die kon hij goed gebruiken. Later werd het ’n vriend, Roelof T. Het handelen bleek hij niet verleerd en verdiende er als ’n soort makelaar, pandjes baas (veel/voldoende) geld mee.

’n Paar dagen later krijg ik lucht van twee baantjes die vrij komen in de kazerne. Tekenaar op ’t Buro Operaties S3 en tapbaas achter de bar in de kantine van de karzerne. Aldaar ’n bar met grote zaal, helemaal open en een toko met zo’n 200 eerste levensbehoeften artikelen maar geen food. Ik dacht dat lijkt me beide wel wat. Maar al snel zei men, niet doen, beide krijg je niet. ’n Weekje later had ik ze beide en zag ik de toekomst zonnig in. Nadeel was dat ik geen onderofficier kon worden, dat kon alleen als leidinggevende in een rol in ’n peloton, begrijpelijkerwijs. Maar daar maalde ik, behalve voor de betere soldij, niet om. Inderdaad, je kunt niet alles hebben. Tapbaas was je op de dgn 1 op 4 dat je anders zou moeten wachtlopen. Mijn wacht dus achter de bar. Daar viel ook nog wel ‘ns ’n drankje te bietsen….. ten slotte was het warm en m’n keel altijd dorstig. De Toko is wel een dingetje. Op de dag dat je de Toko overneemt, met je voorganger, alle 200 artikelen tellen en een dag later weer met je opvolger. Het verschil afrekenen. Dat ging eigenlijk altijd goed.

Er was één aspectje waar wat mee viel te marchanderen. Er zat statiegeld op elk flesje bier. ’n Biertje (Amstel) kostte 50 Antilliaanse cent. Oftewel 0,5 Antilliaanse gulden. Dat daar ook 5 cent statiegeld inzat werd niet zo uitdrukkelijk over gesproken. 5 cent. ’n paar honderd flesjes per dag gingen er zo door. Meestal vroeg men die 5 cent niet terug en zelf ruimde je graag de flesjes op. Dat schiep ruimte om eventuele tekorten aan te vullen of zelf een biertje te kopen. Privé reserve potje dus.

De Tekenkamer

De tekenkamer werd bemand door twee tekenaars. Ik had al rondverteld dat ik tekenaar was, tenslotte had ik op de MTS ook technisch tekenen gehad, en ook technisch schetsen. Op het moment dat ik er kwam zaten er twee tekenaars, die behoorlijk creatief waren in mijn ogen. Maar van een van hen zat de “term” erop dus zijn vertrek was aanstaande. Op een of andere manier kreeg hij lucht van mijn tekenvaardigheden en voor ik het wist was ik z’n opvolger. Die andere werkte mij in. Dus voorlopig zat ik wat uit de wind, in te werken. Maar we hadden vrijwel niets te doen. We hebben een grote wandschildering gemaakt in de kantine, weken werk, hij was ook creatiever en vaardiger dan ik, maar vlakkenvullen kon ik wel. Ik hoorde ook dat de geografische kaart van de kazerne niet best klopte en dat vond onze (Groot) Majoor niet fijn. Ik zeg we kunnen dat in kaart brengen. Ik wist van een korporaal in Barak 2, die met mij de korporaals opleiding had gedaan, en landmeetkunde had gestudeerd en dacht die kan ons helpen c.q. dat mooi doen. Heerlijk, maanden werk…. Het tekenen van zijn meetwerk kon ik prima. Goed, maar uiteindelijk denk ik nutteloos project. Maar dat was niet ons belang.

Maar m’n maat ging natuurlijk ook weer weg en ik had een opvolger nodig, ik wist er een van horen vertellen. Ene Jan Kuiper, als artistiek tekenaar ook beter dan ik. Met hem, ik denk, wel ’n jaar, behalve de Suriname tijd, samengewerkt. Voor Buro S3 hadden we natuurlijk wel eens opdrachten, kaarten uitwerken voor oefeningen b.v.

Dit schildje heb ik dan wel weer getekend en geschilderd als origineel, waarop een productie bedrijf de schildjes moest maken voor de verkoop in onze Toko.

Als er een mooie oefening kwam meldde ik me aan dat het weer tijd werd om m’n paraatheid te trainen. Meestal liep ik mee met een verbindings radio met de LEider van de Oefening (LEO) .

De dagelijkse “gang van zaken”

Voor de manschappen waren er 10 barakken. Wij de “Vaste Bemanning” waren ondergebracht in barak 8. Bij ons sliepen ook wat matrozen. Er was nog ’n barak voor de MLD (Marine LuchtvaartDienst) waar we eigenlijk niet veel contact mee hadden. Twee barakken voor Antilliaanse Milities. Vijf barakken 1 t/m 5 voor de operationele pelotons.

In onze barak sliep ook een barak oudste (’n korporaal) die formeel de baas was (in de barak). Hij wekte eenieder tussen 6 en 6:30 uur in de ochtend. 7 uur was er “baksgewijs”, d.w.z. per barak / eenheid / “bak” aantreden op het grote exercitie terrein. Netjes gepoetst en geschoren pelotonsgewijs aantreden. Er wordt met formele bevelen uitgelijnd, afstanden afgemeten tussen eenieder en tussen groepen. Elke groeps commandant meldt zich vervolgens een voor een bij de Commandant of ’n vervanger van hem en verteld of hij kompleet is, of er bijzonderheden zijn en waarom iemand afwezig is. Voor diverse werkzaamheden in de kazerne werden mensen of groepen aangewezen. B.v. zeuntjes (hulpen in het cafetaria (opscheppen van eten, drinken of afwassen, afnemen van de tafels, dweilen etc. Maar ook de tuintjes aanharken, schoffelen, aanvegen en zo.

Het was een spel om net voor zevenen naar je werkplek te gaan en alvast aan het werk om baksgewijs te ontwijken. Dat was natuurlijk lang niet voor iedereen mogelijk. Onze groep werd als een zooitje ongeregeld gezien, dus moeilijk grip op te krijgen. Na baksgewijs inrukken en aan het werk.

Om 10 uur koffie dus ’n kwartier pauze. Om 13 uur “vast werken” oftewel eind werktijd, dus begin vrije tijd. Eerst even lunchen in het cafetaria. Velen gingen daarna ’n uurtje rusten, ook een aantal gingen naar een der Marine Baaien om te zwemmen, terrasje hangen, soms b.v. duiken, zeilbootje huren en varen op Brakkeput (binnenwater). De Marine had enkele open 3-tons trucks die naar de baaien reden en waar je voor kon aanmelden. Soms andere activiteiten er werd heel wat georganiseerd maar je moet wel zelf initiatief nemen om deel te nemen. Als je je “katje” had gebeurd dan eerst ff naar de kantine om ’n biertje te pakken.

Het was ook zaak om ingevoerd te zijn in het informele kazerne circuit. Goede maatjes met de botteliers b.v. (voorraadkamers van het cafetaria) gaf de gelegenheid om nog ‘ns ’n extra frisdrankje, food (sateetje, kippekak, of andere snack te scoren. Zo ook bij de ziekenboeg, alhoewel de gewone gezondheidszorg daar gewoon gedekt was.

’t Katje

Niet ’n poes op de kazerne maar de maandelijkse uitbetaling van je loon of bezoldiging. Als milicien (dienstplichtige) was het niet veel iig te weinig, maar het dubbele of 3-voudige was ook niet genoeg geweest dus het werkte. Het was in ieder geval genoeg om voor in de rij te gaan staan voor de adjudant van de toeziend officier die uitbetaalde in een mooi bruin zakje. Voor ontvangst moest je natuurlijk wel tekenen.

Kerst 1971

De kerst was een aparte tijd. Eigenlijk 2-3 weken vakantie en ik heb er slechts één meegemaakt en dat is misschien maar goed ook. Wachtlopen moest natuurlijk wel. Ik gelukkig als tapbaas .

Elke barak versierde het centrale gezamenlijke deel in het midden van de barak en de porche . ’n Overdekt buiten terrasje.

Er wordt knetterhard aan gewerkt. Links “Lange” Mulder rechts Leo

Er werd een bar gebouwd. Mooie sfeer verlichting aangelegd. Gelapt en drank ingeslagen. “Spaarschema’s” oftewel geluidsapparatuur genoeg om ook muziek te laten horen: Veel Santana, CCR, The Guesse Who, Iron Butterfly, Rare Earth, Led Zeppelin, The Who, etc

Rechts onder.

Zo deed elke barak dat. Behalve de 2 barakken van de Antilliaanse militie. Die waren naar huis natuurlijk.

Heel gezellige tijd, er werd wel heel behoorlijk gedronken. Er was geen bedtijd en geen tijd van opstaan. Alle structuur was weg. We gingen op visite in andere barakken, soms op uitnodiging. Aldaar dronk je van de gastheren natuurlijk maar werden ook uitgenodigd om bij ons te komen.

Op visite bij de buren, dat was natuurlijk iedereen.

Op eerste kerstdag de Jaarlijkse kerstzwemtocht in ’t Spaanse Water van ca 2km, naar Brakkeput. Water is natuurlijk lekker, voldoende bewaking en alcohol is lichter dan water dus voldoende drijfvermogen. Er zijn er verschillende uit het water gehaald om veiligheids redenen. Onverantwoord, zeg ik nu.

Ook ’n grappig fenomeen, “Kerstwensen van thuis.”

Ruim vóór de Kerst was in Nederland, door de Marine, al een actie opgezet om een kerstgroet uit te brengen aan ’n gezinslid die in de West verbleef. Veelal was de “zendeling” 1,5 jaar weg en beroeps militairen het dubbele. Dus ouders en familie leden werden benaderd om een kerstgroet op te nemen welke vervolgens op een 45 toeren grammofoonplaat werd opgenomen en verzonden naar de West. Zo ook mijn ouders. Zij zijn dus de enigen binnen ons gezin die ooit een single hebben uitgebracht, wie had dat gedacht. Ook met mooie woorden en passend gesnotter op ’t eind.

Audio fragment…..

Korps verjaardag, Sportdag: Strijd om de gouden helm.

Korps Mariniers is opgericht op 10 dec 1665. Dus in 2020 zou het 355 jarig jubileum worden gevierd. Maar elke jaar in december dus de verjaardag en ter ere daarvan ’n Sportdag. Wij als Vaste Bemanning van de kazerne Suffisant hebben natuurlijk ’n team. Eigenlijk is deze bemanning ’n zooitje ongeregeld. Allerlei baantjes gasten, ziekenpa’s, schrijvers, tekenaars, chauffeurs etc. Het merendeel niet optimaal getraind, ik was zelf aan het voorbereiden voor Suriname dus behoorlijk scherp. Onderdelen touwtrekken, evenwichtsbalken boven water (man tegen man met een zak meel eraf slaan), skilopen met 6 man op een stel ski’s, 4-tons truck trekken, hindernisbaan etc.

Toevallig loop ik achter deze actie langs.
Ons team aan het touw, {sja ik was laatste man…..

Hoe het ook zij, wij wonnen deze Gouden Helm, alom verbazing natuurlijk, met name omdat het geen operationele groep was.

Psja als er iets te vieren is dan zijn we erbij. Goeie nassi hap met toetje na. Geheel rechts met “Gouden” helm ondergetekende.
Ook bij de hoge officieren verbazing alom omtrent de winst van Barak 8. Rechts Kapitien Spiekerman van Weezelenburg, de latere Commandant v d Mariniers.

Jungle training mrt-apr 1972

Zo ook de Jungle training in 1972 in Suriname. Een maand er helemaal tussenuit. Maar dat was pas in 1972 enkele maanden voor m’n repatriëring. 3 dgn varen enkele reis over ca 2.000km met ’n torpedobootjager van de Kon. Marine.

Roeikampioenschappen

Ja je verzint wat. Roeikampioenschappen tussen Mariniers, Caracoa, Marine Curacoa, Mariniers Aruba, Antiliaanse Militie en wellicht andere teams. Oproep op de publicatie borden in de Kazerne. Sergeant de Beer, ’n beul van ’n dril sergeant, staand op de achtersteven. Nauwlettend toeziend of eenieder maximaal vermogen levert en wekenlang twee keer in de week trainen.

2e aan bakboord (links) in de haven van Willemstad. Geen ranke wedstrijd kano’s maar sloepen en dan 2×5 man met stuurman.
3e van links.

Uitslag niet bekend…… echt niet.

Suffisant Express

Ja het maandelijkse “Clubblad” van Suffisant. Vrijwel vanaf het begin ben ik lid van de redactie geweest. Redactie betekende niet per definitie als Journalist / tekstschrijver. Er was een officier (Luitenant) en een korporaal als hoofdredacteur, mede als een soort censuur, die leiding gaf aan de redactie. Maar met de “schrijver” die de stecils typte was je zo’n beetje degene die de copy verzamelde en het blad in elkaar zette en verspreidde. Oplage 600 stuks. Tevens was m’n taak als tekenaar om t blad ’n beetje op te vrolijken met tekeningen. Nou teken maar ‘ns fatsoenlijk op stencil papier, alhoewel m’n opvolger Knubbe het net wat strakker kon.

Openlucht bioscoop

Zo nu en dan (1x per maand of zo) had O&O een film avond, altijd leuk. In de openlucht, regenen deed het vrijwel nooit. Temperatuur was altijd goed.

Smoelensmid

Oftewel de “Tandarts”. Ik hoorde dat er een goeie tandarts op Suffisant gevestigd was, bedoeld voor die pakweg 400 man, patiënten. Dus denk ik neem de stap en ga er ‘ns naar toe in de wetenschap dat als ’t een fiasco zou worden er geen ontsnappen meer aan was.

In m’n geboorteplaats Beltrum hadden we er geen. Tanden poetsen deden we niet op de boerderij, niet mee opgevoed, met navenant resultaat. Op de lagere school kwam er periodiek ’n tandarts langs, die controleerde het gebit en boorde waar nodig. Pijnlijke herinneringen. Als er echte gaten waren of er getrokken moest worden gingen we naar Groenlo. Aldaar ook een barbaar of m’n gebit was gewoon slecht. Die gast controleerde, boorde, trok en voerde ook gelijk de strafexpeditie voor niet poetsen uit. Het liep me bij wijze van spreken dun door de broek als er sprake was van ’n tandarts.

Rond m’n 16e veranderde dat allemaal, op Curaçao zeker. 2-3 maal daags poetsen, volledige renovatie van ’t gebit, bruggen, gaten boren en vullen allemaal, volledig gratis gerenoveerd en dat betaald door de Marine. Allemaal zonder extreem pijnlijke sessies. Dus de angst verdween als sneeuw voor de zon en ’t gebit was weer (enigszins) toonbaar voor ’n lach.

Repatriëring 21 juni 1972

Gedurende de tijd in de West ben je niet met de terugkeer naar Nederland bezig. Na een periode van gewenning aan het zonnige klimaat, het kazerne leven (altijd onderdak en voeding), structuur tijdens diensttijd en de dagelijkse routine, leef je je leven op Suffisant.

Natuurlijk constateer je ook dat bij maten die dichter bij terugkeer zitten het gaat kriebelen. Ongeveer3 maand van te voren krijg je ook zwart op wit van Defensie op welke datum je terugvliegt. Kun je je voorbereiden en met name het thuisfront ook. 100 dagen voor de repatriëring bemachtig je een “Centimeter” van 1 meter lengte met cm indeling. Daar wordt elke dag 1 cm van af geknipt. Toen ik dat ‘ns schreef aan het thuisfront, in een van m’n spaarzame brieven, vertelde m’n vader op een familie bijeenkomst dat ik het helemaal niet zag zitten op Curaçao en heimwee had, want hij telt de dagen af dat ie naar huis mag……. Uiteindelijk gaat ook die een na laatste cm eraf en stap je op 21 juni 1972 in het vliegtuig terug. Deze keer via New York. Ja ik heb de stad gezien, vanuit de lucht, en ook het vrijheidsbeeld. Weet niet wat we er deden maar ongetwijfeld bijtanken. Eigenlijk was m’n plan om direct door te gaan naar Canada maar ik werd door Defensie “gedwongen” om me eerst in Doorn te laten uitkeuren (om latere claims af te houden) en af te melden. Tenslotte betaalde Defensie me nog 2 of 3 weken.

Jungle Training 1972

Medio 1971 kwam er een peloton Mariniers terug van Suriname, zie ze nog in een open 3-tonner door Suffisant rijden. Waren een maand weggeweest naar Suriname. Ik sprak enkelen van hen en dacht: ” Dat wil ik ook!”

Ook als er een mooie oefening kwam meldde ik me vaak aan met de opmerking dat het weer tijd werd om m’n paraatheid te trainen en testen. Meestal liep ik mee met een verbindings radio met de LEider van de Oefening (LEO) . Maar hier ook met de dynamo (met wat hulpstukken een soort van e-bike om stroom op te wekken voor de radio en nog een antenne) Zie onderaan op deze pagina het lied couplet 32-33-34. Ale met al incl. radio zomaar 50 kg. Weet niet meer wat ik precies droeg.

Zo gaat het nu, toen de rugzak, geweer, radio of ’n ander hulpstuk. Er moest een zendbereik zijn van zeker 40-50 km. + de energie voorziening, grote fietsdynamo.

Zo kwam op zeker moment een peloton terug van een oefening in Suriname. ’n Maand JUNGLE-TRAINING. Ik hoorde geweldige verhalen en dacht volgend jaar wil ik mee. Toen de dienstdoende leider van de volgende trip bekend was, Kapitien der Mariniers Knoppien, heb ik hem opgezocht en kenbaar gemaakt dat ik daar deel van wilde uitmaken. Het zegt: “Dat hou jij niet vol, gaat ‘m niet worden”. Ik zeg: “Kapitein: Ik loop ze er allemaal uit!!” ¾ jaar later begon de training voor de volgende sessie en ik was erbij. 3 maand trainen was ook “easy” ik had me al goed voorbereid.

Statie foto 20 jaar oud

Ik denk dat we in maart 1972 vertrokken. Met een 3-tonner naar de haven alwaar we inkwartierden op de “HM Drenthe” een marineschip. We hadden natuurlijk geen kamer/hut of iets dergelijks. Sliepen aan dek.

Ondergetekende: 4e van links. 39 geselecteerden. Een gedeelte beroeps en gedeeltelijk dienstplichtig.
Een selecte groep. Ik denk een mortiergroep, twee groepen met ieder drie geweergroepen. Elke geweergroep een korporaal en elke drie geweergroepen een sergeant. Heel gestructureerd opgebouwd. Ikzelf zat bij de pelotons leidinggroep met de kapitein, Sergeant Majoor dus z’n handlanger. ’n schrijver, verbindings mensen en twee ziekenpa’s.

3 dagen varen naar Suriname, bij aankomst voor de monding van de Suriname rivier, 1-2 km voor de kust maar wel nog op de Atlantische Oceaan, rugzak omhangen, geweer mee, afdalen aan netten naar de landingsvaartuigen op volle zee, c.q. volle oceaan. Behoorlijke golfslag dus dat vaartuig gaat zo 2-4 meter op en neer ten opzichte van die grote boot. Op ’n teken (brul), zodra het vaartuig bijna op het bovenste punt is springen naar de bodem van het vaartuig, met rugzak op. Gekkenwerk maar het lukt bij iedereen. Vervolgens op de kust af, alles in het donker.

Bij de kust landen en rennen naar het struikgewas en de bomen. (hier nog savanne). Vervolgens verzamelen en in speedmars naar de landmacht kazerne in Paramaribo.

Eerste week theorie en praktische oefeningen omtrent verblijf en overleven in de jungle. Er worden nog wat specifieke jungle uitrustingen verstrekt. O.a. onderstaande hangmat met clamboe en dakzeil, zwaar ding.

Voorbeeld van de hangmat, clamboe en daktent. De hangmat wordt superstrak tussen twee forse bomen gespannen. In de jungle bomen genoeg. Het grond opp. vrij maken van plantengroei. Nadat de daktent met geïntegreerde clamboe is opgezet, de rits open en testen. In elke hoek ’n voet en schouderblad en op de rug liggen. rits dicht en slapen. Alle spullen onder de opstelling. Ja vaak hoor je midden in de nacht, ’n brul, gevloek en gestuntel om er uit te komen en de opstelling weer op te tuigen. Geheel was natuurlijk behoorlijk labiel. ’s Morgens, rits open, schoenen pakken en leeg schudden, tegen slangen, schorpioenen etc. Uitkleden veelal niet. Dekens waren niet nodig, warm genoeg in de tropen.

Vervolgens oefening tegen ’n unit van de landmacht aldaar. We worden gedropped ergens in het binnenland, ik dacht Matta een Indianendorp, niet al te ver van de Saramacca rivier en Vliegveld Zanderij. De peloton’s commandant Kaptein Knoppien zal wel een kaart op schaal hebben gehad. Wij hadden geen idee waar we waren alhoewel het wellicht geen geheim was. Dat Nederland mariniers traint in de jungle hoefde natuurlijk ook niet persé in de krant.

Exacte posities van start en eind van die 3 weken zijn niet te achterhalen. Wel dat t al met al een zeer pittige training was.

Vredig vóór de wedstrijd. Boven 1e links ondergetekende. Rechts onder Frankie O.
Even ’n buitje tijdens de wedstrijd. Daarna was het geen doen meer. Ondergetekende: Onder de bal…..
Diner in de jungle, vaak gedroogde vis. Op ’n gegeven moment ga je dat ook nog wel lekker vinden. Ja alles moest meegesjouwd worden. Ook sportschoenen haha, wat een onzin. Zo’n aktie in de jungle is ook geen overlevings tocht. Er moest gewonnen worden. Dus geen tijd om te gaan vissen of jagen.
Met een specifiek stukje hout over je kapmes gaan geeft een speciaal geluid om ’n boskip te lokken. De native liep hier kennelijk achtermij. Gedurende de trip was ik echter steeds “laatste man” Opdracht: “We laten niemand achter, meld elke bijzonderheid en houd dekking naar achteren.”
En passent ook nog even ’n eagle geschoten, ja hij zat in top van ’n boom, en de helft was weg. Toch gerookt gedurende de nacht. De volgende avond dachten we te kunnen eten doch de maden zaten er al in. Alhoewel daar ook veel eiwitten inzitten er toch maar van af gezien. Nog niet hongerig genoeg…..

Onderweg op dieren gaan schieten of booby traps plaatsen is eigenlijk not done. Je verraadt je positie. Tijdens deze raid was het wel passend, de vijand scheet al in de broek en nu vonden ze dat we met scherp schoten, dus we konden hen ruiken…..

Contact maken met de “vijand” en we zien ze vervolgens na ’n week pas weer terug, op afstand en wat geschutter met losse munitie en weg waren ze weer. Aan het eind de verovering van een dorpje Mamadam, bij de eerste stroomversnelling in de Saramacca, alwaar de opstandelingen zich verschanst hadden.

Gedurende de tocht liepen we steeds op linie met 39 man + twee natives. Zij leerden ons de trucjes. Omgang met de dieren, slangen, spinnen, de eeuwige brulapen, boobytraps zetten etc. Er zijn meerdere grotere dierensoorten maar je ziet ze eigenlijk nooit. Als zo’n peloton door het bos loopt is alles weg, zeker in m’n laatste positie.

Daarnaast natuurlijk trainen van militaire dingetjes. Militaire taken van de kopgroep en staartgroep. Dekking zoeken, solitair of groeps gewijs oprukken onder dekking. Lopen met 25-30kg aan bagage, door dichte jungle met veel struikel mogelijkheden, overal natte moerassige stukken. Soms liep je uren door swamps tot aan je middels om vervolgens een spekgladde heuvel aan te vallen of allen maar te beklimmen. Uiteindelijk krijg je een goede fysieke conditie voor die situaties en dat terrein en onverschilligheid voor de moeilijkheden. Gewoon steeds maar doorgaan Maar ook dagelijkse dingetjes moet je leren en zorgen voor routine door vele herhalingen. Kamplaats zoeken (op lichte verhoging, droog, geen gevaar voor plotselinge wijziging van waterstanden), wildwissels, verdediging organiseren, wachtlopen, ’s nachts kampvuur aanhouden, water koken voor de gehele groep. Iedereen ’s ochtends 1 ltr gekookt water. Meestal had ik dat met een paar uur. Ik had namelijk ontdekt dat er blanke en bruine waterstroompjes waren. Een van de indianen zei me: die bruine niet te drinken. Blanke water gaat wel. Ik denk vanaf een boerderij komend dat ik niet afhankelijk was van de allerhoogste hygiene standaard. Dus dat water ging er prima in. ’n Grote zorg minder.

Kapmes waarmee ’n doortocht door de jungle werd gehakt.

Zoals gezegd, iedereen in de langgerekte linie had een of meerdere taken. De kopgroep voornamelijk de route uithakken in de jungle met de klewang of machete of kapmes. In de kopgroep ook mensen die de navigatie deden op kompas. Stappen tellen (voor de afgelegde afstand) Zelf liep ik achteraan met als extra de zware radio. Tevens zorgen dat er niemand achterbleef. Zodra er b.v. iemand moest plassen dat diende de gehele groep stil te houden en te wachten. Plassen hoef je niet vaak als ’t zweet er met liters uitloopt en voor de meesten er een waterquotum gold.

Middels een boobytrap, met ons FAL 7.62 geweer en een scherpe patroon erin, op een wildwissel waar de gordeldieren langs kwamen. Midden in de nacht ’n geweldige knal. Mooi schot, niet te veel weg geschoten van het beest. Vervolgens slachten en roken, om ‘m langer houdbaar te hebben. Bewaren hoefden we niet lang. Als 39 man ervan gesnoept

De tegenstander was een eenheid van de landmacht welke in Suriname gestationeerd waren. Normaal moet de aanvaller 3 keer zo sterk zijn als de verdediger. Is dat niet het geval, als verkenning dat uitwees, moet je meer troepen sturen. Wij hadden 39 man dus zij 10 a 13 man. Waaronder een zekere Willem Labree, naar ik later hoorde. Na de dienstplicht kwam ik aan het werk in Borculo bij een bedrijf. Na enkele jaren aldaar had ik een klus in Werkendam, idd daar ergens in de Biesbosch, met een groep van ca 10 man. Er zat een man bij die op een gegeven moment ’s avonds aan de bar sprak over Suriname, jungle, ongedierte en mariniers. Ik liet ‘m ’n tijdje spreken en vroeg toen wanneer dat was. Hij zegt na enig denkwerk maart, april 1972. Wat blijkt hij zat er als onze tegenstander. Hij zegt: Wij scheten in onze broek voor die mariniers groep. Wilde verhalen over martelen, uithongeren, verhoortechnieken etc. Ik zeg ik zat bij die mariniers. Eerst ongeloof maar al ras blijkt er teveel “daderkennis”. Willem Labree was dus “lid van de vijand”. Natuurlijk uitgebreid herinneringen opgehaald onder het genot van ’n biertje .

Een lange, naar het zich liet aanzien, laatste lange voettocht door de jungle waarvan de laatste km’s over smalle paadjes naderen we ’n dorp (ws Mamadan) en we horen bruisend water; de stroomversnelling van de Saramacca. Met slechts één vlotte aanval was de tegenstander overrompeld en werd de vrede gesloten met gevangen neming van de opstandelingen. Eigenlijk denk ik dat de tegenstander totaal verrast was dat we er al waren en totaal nog niet bezig waren met verdedigen. Gewonnen haha. Daarna lekker wassen in het kolkende water van de Saramacca en ’n biertje waar ik vrijwel direct van vlak ging. ’n Parbo bier, in litersflessen. Wel nog ff vissen maar geen een pirhanja’s hier in de stroomversnelling.

Zoals het er in m’n geheugen uitzag in Mamadan aan de Saramacca. Grote rotsblokken, en wild stromend kolkend water.
Lekker hard scheuren over de rivier, als er geen rotsblokken of zandbanken zijn.
Hier dus rustig aan en ’n goede route nemen. Voor zoeken is geen tijd, je moet het weten…..

1 ltr Parbo bier

Na 3 weken jungle was ik compleet clean en was een potje bier voldoende om me te vloeren. Er was een missionaris in het dorp, hij wilde ’s zondags nog iets kerkelijks doen. Maar wij hadden andere gedachten. Moe als ’n hond dus lekker slapen op wat kussens ipv de hangmat.

Op de route terug naar Paramaribo eerst nog de Brokopondo stuwmeren aangedaan. Imposant hoe zo’n gebied zomaar onder water is gezet. Hele native stammen en hun gebieden verdrongen / overstroomd en ondergelopen. Overal staken nog oerwoud bomen boven het water uit. Woudreuzen van misschien wel 50-75 meter hoog.

Rode wegen, bauxiet restproduct welke voor de wegenbouw werd gebruikt. Na ’n ritje in het stof was alles rood. Gedurende die maand echter regende het om de andere dag. De ene dag werd je nat van de regen zodra je onder je klamboe weg kwam, de andere dag van de hitte en zweet. Maar goed dat is tropen of jungle training. Vietnam was nog bezig……..

Terug naar Paramaribo, spullen schoonmaken, douchen, en lekker stappen. Het nachtleven van Paramaribo verkennen.

Het was warm in Paramaribo.

Hoe we weer op de boot kwamen, voor de terugtocht, weet ik niet meer, maar niet met een heli!!

Maar we zijn aan boord gekomen en voeren terug via Trinidad-Tobago. Aan de wal gegaan in Port of Spain. Trinidad is het grootste eiland, Tobago is veel kleiner. Het ligt voor de kust van Venezuela. Dus op de terug”weg” naar Curacao. We verbleven er 2 dgn. Dus lekker de stad in. Kan me er weinig van herinneren, maar alleen dat er plotsklaps paniek was en iedereen zo snel mogelijk weer aan boord moest komen en we direct daarna wegvoeren. Het bleek dat hoe eenieder ook uitgezwermd was we toch snel konden lokaliseren en verzamelen.

Wat in N-O richting ligt Barbedos alwaar we ’n tussen landing hebben gemaakt op de heenweg vanaf Madrid. Maar van Trinidad is Bogota toch ca 400km.

Curacao-Paramaribo is een kleine 2000km. Trinidad ligt op de helft.

Bij terugkomst in op Suffisant zullen er ongetwijfeld mannen hebben staan kijken en gedacht: “Dat wil ik ook!”

Zoals elders gezegd zat ik in de redactie van de Suffisant Express. ’n 10-12-tal exemplaren heb ik bewaard. Hierin vond ik nog een soort van verslag. In couplet 32-34 wordt ik er tot m’n verrassing nog doorgehaald. Weet niet wie de schrijver is maar ik verdenk Kapitetn Knoppien himself. Teveel specifieke kennis én hij was op dat moment Hoofdredacteur.

Terugtocht

met de Hr.Ms Drenthe Jaarverslag 1972 Door Carel Fleischacker.

Bron: Jaarboek Kon. Marine 1972
Commandant: Kapitein-luitenant ter zee W. Gonggrijp

15 mei 18 mei23 mei: Ontmeerden op de AM voor een reis naar Suriname en Trinidad. Na het afgeven en ontvangen van de saluten werd om 09.30 afgemeerd aan de steiger van de KNSM te Paramaribo waar het pinksterweekeinde werd doorgebracht.Ontmeerden op de VM met een detachement Mariniers aan boord die hun jungle training hadden voltooid, en zetten koers naar Port of Spain op Trinidad.

24 mei: Op de AM werd afgemeerd te Port of Spain voor een kort bezoek en om olie te laden.
25 mei:Op de VM werd ontmeerd en koers gezet naar Oranjestad op Aruba.
27 mei: Meerden op de AM af te Oranjestad voor een eerste bezoek aan Aruba
29 mei: Ontmeerden op de VM waarna koers word gezet naar Willemstad waar op de AM werd afgemeerd aan de Brionsteiger.
30 mei-6 juni



Ontstaan abc-run

Ontstaan van de Ultimate Cooperation Raid

In 1991 nam een team van ABC uit Lochem met een 25-tal andere 4-persoons-teams deel aan de Challengers Trophy in Zuid Limburg en NO-Belgie. De wedstrijd stond onder “strakke” leiding van Jack van Gelder….ja die. De trackdesigner was de bekende boomchirurg Ger Eenens uit Born.

Het ABC team werd gevormd uit Johan Pegge, Michael Litjens, Jaap Roosma en Leo Slütter.

ABC-team. vlnr: Johan Pegge, Michael Litjens, Herman Hoogenkamp, Leo Slütter en Nico de Vos
ABC-team.
vlnr: Johan Pegge, Michael Litjens, Herman Hoogenkamp, Leo Slütter, Jaap Roosma  en Nico de Vos

De 4-daagse wedstrijd gevormd uit een groot aantal etappes bestond uit verplaatsingen per ATB, hardlopen, paardrijden, zwemmen en kayakken. Deze takken van sport werden afgewisseld met touwhindernissen, abseilen, tokkelen, bergklauterpartijen, rodelbanen zonder hulpmiddelen en grotverkenningen. De verplaatsingen vonden plaats op basis van aangegeven routes op kaart met behulp van het kompas. Alle moderne navigatie- en communicatie systemen waren verboden. Onder de noemer “No Guts no Glory”  verschenen we fysiek redelijk voorbereid maar verder zo groen als gras aan de start.

En dat hebben we geweten. Tot op de draad verregend, kaarten weggevreten door de nattigheid waardoor CP´s verpulverd waren, de route bijster, met grote verwonderde ogen kijkend naar het topteam van Ordenance Survey uit Engeland als we hen binnen bereik hadden. Het ging ons dun door de broek toen de hoge touwtrainingsbaan van de Belgische commando´s in Eupen genomen moest worden, langs rotspartijen klauteren zonder vanglijn, voor de eerste maal abseilen van een 80 meter hoge stuwdam met een opleiding van ca 25 seconden. 4 dagen lang, vrijwel zonder slaap, intensieve sport beoefening heeft ons fysiek behoorlijk gesloopt.

De finish foto.

o.a. ook met fam vom Hove en Aardema.
o.a. ook met fam vom Hove en Aardema.

Toch hebben we onvoorstelbaar genoten en na afloop als beesten gefeest tijdens het coupeleuse afscheidsdiner op de Vaalserberg. Onze Jaap als ex-commando knaagde op het toppunt van het feest het heupbeen van de os aan het spit kaal.

'n Os aan het spit. Jaap had nog trek.
’n Os aan het spit. Jaap had nog trek.

Dit 4-daagse feest zette ons aan tot deelname aan een volgende editie. Ger Eenens zette op eigen kracht een vervolg in de steigers met spectaculaire hindernissen in Maastricht. Het aantal deelnemende teams viel echter wat tegen. Toch werd het een mooie en indrukwekkende wedstrijd welke uiteindelijk in een barrage werd beslecht in het voordeel van ABC.

Een vervolg zat er evenwel niet meer in. Dan maar zelf zoiets georganiseerd. In 1993 ging de eerste ABC-run van start rond Lochem in de Gelderse Achterhoek. Na afloop werd de vrede weer getekend in de schuur van een collega in Barchem. De jaren daarop volgden nieuwe sessies met telkens een nieuw gebied.