Weer een Beregoeietijd in Canada (Stage 3: The Chilkoot Trail)

DSCN2943

DSC_4019
We hebben gepland om maximaal zes dagen te doen over de tocht.  Dus ook voor 6 dagen ’n ontbijt en diner ingeslagen. Algemene strategie: Enkele dagen rustig inlopen, genieten van de route en de ruige remote natuur, niet geblesseerd raken dus risico’s mijden. Eens kijken wat ervan terecht kwam.

De Chilkoot trail werd de eerste jaren van de Gold Rush gebruikt door de groep arme goudzoekers. De rijkeren kwamen via de Yukon per boot naar Dawson. Van Skagway / Dyea naar Lake Bennet over de Chilkoot Pass (is eigenlijk een oude indianen trail) Alleen in 1897 en 1898 liepen er vele 10-duizenden in Noordelijke richting met veel materieel. In juni 1899 was de trein verbinding tussen Skagway en Bennet klaar en raakten alle tussenliggende campsites c.q. plaatsjes uit de gratie. Toen de spoor verbinding naar Whitehorse ook klaar was, was het met Bennet ook ongeveer klaar. Inmiddels was het langs de route en met name rond de pleisterplaatsen een kaal gebied geworden. Alle hout was gebruikt voor gebouwen en schepen. (om de vele langgerekte meren tussen de bergketens te overbruggen hetgeen gemakkelijker ging dan sjouwen.) Velen gingen in Dyea van start, velen stierven onderweg een jammerlijke dood, veelal in de strenge winters alhier op deze  hoogte. Mannen en vrouwen uit allerlei rangen en standen namen deel en investeerden soms hun laatste geld, energie en soms het leven. Weinigen bracht het het gedroomde geluk: Goud in Dawson of een der andere vindplaatsen. Sommigen werden rijk door bijkomende business / spin-off: hotels, hulpdiensten, drank, vrouwen, materiaal etc.

Hoogteprofiel van de Chilkoot trail
Hoogteprofiel van de Chilkoot trail

Van te voren wel een globaal plan gemaakt maar dat is toch lastig op grote afstand. Eerste vraag is: Hoe kom ik van Skagway (1)naar de trailhead (6)bij Dyea. Thuis dacht ik gewoon lopen. Dat past wel bij een rustige start en ’n dag of 3 a 4 inlopen met zware rugzak voordat de “Golden Stairs” dag komt. De extra hoogtemeters welke je maakt vallen niet zo op maar heel vaak gaat het na het stijgen ook weer frustrerend omlaag. Dat vind ik voor het doelmatig beklimmen van een berg zinloos. Resultaat is dat je veel meer hoogtemeters maakt dan ’t zo lijkt. Anderzijds we hebben vele bergmarathons gelopen met 2200 tot 2500 hoogtemeters. Zonder rugzak……. weliswaar.

Skagway tot trailhead

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 1) Skagway naar Dyea Trail Head  12km

Dag 2) Trailhead to Finnigans point.   8km

Dag 3) Finnigans Point to Sheep Camp . 12,9km

Dag 4) Sheep Camp to Happy Camp. 12km

Dag 5)  Happy Camp to Bennet Lake 20,1 km

Dag 6) Terug van Bennet naar Log Cabin 16km

Dat was althans het plan, flexibel als we zijn pakte het iets anders uit.

Dag 1, Zaterdag 19 sept.) Skagway naar Dyea Trail Head  10km.

We kwamen van Whitehorse en hadden het beiden nogal koud op de motor. Boven op de pas was het guur weer. Net voor je in Skagway bent is er een afslag naar Dyea alwaar de trailhead is. (trailhead is de term voor het begin van het Chilkoot pad. De afslag was de harde weg en vervolgens gravelroad naar Dyea. Als je dus langs die afslag komt en eigenbaas bent met de motor dan maar eerst even kijken in Dyea en naar de trilhead, maar we konden nergens de motor een beetje fatsoenlijk kwijt. Henk had ergens gelezen dat daar parkeren niet zo geschikt was. Dus terug naar de highway en naar Skagway.

DSCN3068
Het Trail Centre was gesloten vandaar dat we bij Klondike Gold Rush National Historic Park terecht kwamen.
Schermafbeelding 2015-10-28 om 14.33.08
Klondike Gold Rush National Historic Park. Hier een uitgebreide instructie hoe te handelen met do’s and don’ts. Leave no trace!
Begin van de trail.
Begin van de trail.Dat was smokkelen eerste klas. Op de dag van ’t aanreizen vanuit Whitehorse hebben we ons vrijwel direct weg laten brengen naar de trailhead.

Dat was eigenlijk smokkelen eerste klas. Direct vanuit Whitehorse, na een heel vluchtige verkenning van 30 min van Skagway hebben we ons weg laten brengen naar de trailhead door een aardige taxi chauffeuse Ann op aanwijzing van gekke Dave

 

 

Eveneens Dag 1) Trailhead to Finnigans point.   8km.

In Whitehorse hadden we de rugzak al op gewicht gebracht. Voor mijn doen uiterst kritisch al t onnodige eruit gegooid inclusief foto toestel. Henk ook. Toch zaten we globaal op hetzelfde gewicht….qua rugzak, ’n kleine 25 kg. We gingen ervanuit dat er water genoeg was. Maar ik zag beverdammen en dacht dat het toch beter was om alle water te koken voor het te drinken. Tevens Henk gewaarschuwd voor de muizen onderweg. Hun keutels kunnen ook een (dodelijke) ziekte herbergen. We begonnen pas om 15 uur aan deze etappe. Henk had de afstanden tabel in z’n hoofd en dacht dat het 5km was, maar het werden 5 miles. 8km dus. Maar we waren nog fris en fruitig.  Direct na de start begon het al met een fikse bult welke je niet verwacht. Ook verwacht je niet direct dat de gehele stijging weer teniet wordt gedaan door weer af te dalen naar hetzelfde nivo. Misschien waren het maar 150-200 hoogte meters, dus eigenlijk de moeite niet om erover te beginnen, maar het zette de toon!

Zo hier en daar zeer moerassige stukken waar men een loopplank had gebouwd.
Zo hier en daar zeer moerassige stukken waar men een loopplank had gebouwd.

We waren toch wel wat verbaasd dat er een soort zeiltent stond toen we arriveerden in Finnigangs Camp. De noodzaak om  onze eigen tentjes op te zetten was er niet (in onze ogen), op de speciaal daarvoor gebouwde plateau’s van zo’n 3×3 meter. Hoefden niet……, nou eigenlijk wel. De tentjes met stove waren niet bedoeld om in te slapen maar om op te warmen voor alle hikers van de route. Omdat het er nogal kan spoken qua regen, wind en temperatuur. Bedoeling was dat je na opwarming je eigen tent opzette en daarin sliep. Maar we waren alleen met z’n tweeën…. dus enige burgerlijke ongehoorzaamheid.

de standaard tent plaats
de standaard tent plaats
De centrale kooktent op de kampplaatsen.
De centrale kooktent op de kampplaatsen.

Er stond in de grote tent een woodstove.  Henk poogde ’n vuurtje te maken maar dat ging nog niet zo gemakkelijk. Daarop werd de taakverdeling aangepast en werd hij bevorderd tot houthakker en waterdrager, welk kruis hij manmoedig droeg. Vuurmaken is toch een zorgvuldig werkje hetgeen deskundigheid vereist en steeds meer naarmate alles natter is. Feit is dat water niet brandt dus moet je droog hout hebben en als het vuur eenmaal goed aan is kan je wat natter hout eerst drogen waarna het wel brandt, maar zo’n vuurtje wordt nooit een duurzaam brandende warmte bron voor de hele nacht en bovendien slecht te reguleren.

de woodstove
De houtbak met wood stove. Nobele gedachte of eigenlijk ongeschreven wet is bij dit soort pleisterplaatsen dat je meer hout achterlaat dan je er aantreft. Gelukkig had ik Henk en de jongste afspraken……

Daarnaast nam ik m’n taak als kok op mij. Gebruiksaanwijzing lezen van de droogvoer zakken, componenten scheiden, water koken, bijgieten van een geschatte hoeveelheid zo dicht mogelijk boven de voorgeschreven hoeveelheid, roeren, zak afsluiten en dan de voorgeschreven wachttijd in acht nemen. Vervolgens samen smikkelen.

Conclusie na de eerste “zak”: Het is te eten, maar een voldaan gevoel van voldoende te hebben gegeten is er niet.

We hadden dus snel door dat de hoeveelheid calorieën  welke we binnen kregen ruim onvoldoende waren. Alhoewel maar 5 dagen hebben gelopen moesten we beide als snel enkele gaatjes extra in de riem branden middels een gloeiende spijker.

Onze vrienden zijn zeker daar. Ik voel dat ze er zijn en ons volgen. Gelukkig hebben we solide afspraken c.q. omgang regels opgesteld. Daar voelen we ons goed bij.
Dit is een bear foot print. In gebieden met grizzly’s zul je weinig zwarte beren aantreffen. En alleen grizzly’s gezien.  Onze vrienden zijn zeker daar. Ik voel dat ze er zijn en ons volgen. Gelukkig hebben we solide afspraken c.q. omgang regels opgesteld. Daar voelen we ons goed bij.

Henk had nog wat extra’s meegnomen aan druivensuiker (4x) en voor ieder 2 powerbars. Die hebben we maar gereserveerd voor dag 3. Dan konden ze wel eens hard nodig zijn.

Dag 2 Zondag 20 sept.) Finnigans Point to Sheep Camp . 12,9km

Met de ervaring van wat een bultje inhoudt, op het hoogteprofiel, aan de tweede dag begonnen. Deze bult was beduidend hoger en groter en het waren er twee. Dus al wat pittiger dan de eerste dag. Maar we zijn nog goed uitgerust. Henk is ’s ochtends nog steeds zeer voeg wakker, dus ik ook. Maar tussen wakker worden en vertrekken zit maar zo twee uur. We hebben de tijd.  We weten dat Sheep Camp al vroeg op de weg omhoog ligt. Het terrein is zwaar en veel zwaarder dan gedacht. Of de conditie en kracht is minder dan in m’n herinnering. Het zal een combinatie zijn.

Steil genoeg om treden te leggen. Dat klimt heel wat gemakkelijker.
Steil genoeg om treden te leggen. Dat klimt heel wat gemakkelijker.
en ook voor het gemak van de huidige trail gebruiker en om de natuur te sparen een bruggetje.
en ook voor het gemak van de huidige trail gebruiker en om de natuur te sparen een bruggetje.
Uitgesleten rotsen. of enigszins bewerkt.
Uitgesleten rotsen. of enigszins bewerkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 3 Bloody Monday 21 sept) Sheep Camp to Happy Camp. 12km

Trail & Rail (door Henk)
De hike van Dyea naar Bennett is 53 km. Het is continu dalen en stijgen, dus je maakt veel meer hoogtemeters dan dat je op het eerste gezicht afleest van de plaatjes over het hoogteverschil tijdens de track. Het hoogtepunt is ook inderdaad het hoogste punt, wanneer je via de Golden Stairs de White Pass oversteekt. Wij deden dit op onze derde dag, van Sheepcamp naar Happy Camp, slechts ca. 14 km.

Dat moest goed te doen zijn, echter we hadden ook gelezen dat het tussen de 8 en 12 uur in beslag zou nemen. Dus vroeg uit de veren, zes uur opstaan. En als we te laat boven waren om de laatste 6,5 km af te leggen, konden we wellicht wel overnachten in het Canadese Warden hutje (grenswachtersgebouwtje) helemaal boven op de top! We hebben boven niet eens de tijd genomen om te checken of deze wel open was.
Het eerste deel tot aan “the Scales” was wel meer klimwerk dan de dagen ervoor, maar was wel te doen. Duurde zo als gewoonlijk toch veel langer voor we er waren dan dat we gedacht hadden. Even een break en een energiebar en wat dextro’s erin. Foto’s erbij gepakt om in te kunnen schatten welke weg omhoog over de steile rotsblokken we hebben moesten. Hier waren nl alle routemarkeringen (oranje vlaggetjes uit de zomer) weggehaald. Het advies was ook om zoveel mogelijk in de buurt te blijven van de kilometers lange, enorm verroeste, staalkabel die daar nog lag.
Hier werden toendertijd op dit traject de goederen mee over de pas getransporteerd, mits je de jaarvoorraad van 1000 kg voor elkaar had, anders mocht je niet verder.

One ton of goods. = 1.000kg.
One ton of goods. = 1.000kg.

Wij hebben geen gebruik gemaakt van deze optie😜, hadden immers nog geen 25 kg op de rug, dus moest ons wel lukken dit met 1x naar boven klimmen, over de pas te brengen. Na nog een keer goed bestuderen en ampel beraad gingen we aan de slag om de steile helling van naar beneden gestorte rotsblokken te bedwingen. Overal lagen “artifacts”, lege conservenblikken, stukken leer, botten van lastdieren, etc. Leo noemde het gewoon oude troep, die ze verzuimd hadden op te ruimen. “Ze maken van deze vuilnisbelt gewoon een toeristische attractie, oftewel een PR stunt!”

Daar ver boven, de tweede pas van links daar moeten we door. Gelukkig geen mist, wel sneeuw.
Daar ver boven, de tweede pas van links daar moeten we door. Gelukkig geen mist, wel sneeuw.

Het ging verrekte langzaam naar boven, soms leek het wel of mijn benen begonnen te trillen wanneer je 30 tot 50 cm hoog van het ene schots en scheef liggende rotsblok op het andere moest stappen. Gelukkig had ik de stokken waarmee ik mij wat beter in evenwicht kon houden en me ook, wanneer nodig, nog wat extra kon afzetten. Je moest wel heel precies plaatsen anders schoten ze weg. De kleinere en plattere rotsblokken waren een minder goede optie, lagen meestal ook niet stabiel.

A hell of a job!
A hell of a job!  Het groene stipje is Leo die naar boven “huppelt” !

Halverwege kreeg ik het gevoel dat ik een hongerklop had, de concentratie wilde niet meer en vroeg aan Leo, die hier z’n beste dag had van de hele trip, of we even zouden stoppen. Dan hier maar de laatste 2 van de 4 voor noodsituaties meegebrachte powerbars erin. Het is nu erop of eronder, want teruggaan is helemaal geen optie meer!

Bijna boven. 4 keer denk je dat je er bent maar dan nog weer een klim.
Bijna boven. 4 keer denk je dat je er bent maar dan nog weer een klim.
n verdwaald hijswerktuig bijna op de top.
n verdwaald hijswerktuig bijna op de top.
Net over de top, Crater Lake. In de zon, zonder sneeuw zou het een verademing zijn. Nu tijdens de sneeuwbuit denk je:
Net over de top, Crater Lake. In de zon, zonder sneeuw zou het een verademing zijn. Nu tijdens de sneeuwbui denk je:”Zo snel mogelijk naar beneden, onder de sneeuwgrens zien te komen.”  Maar ehhh even op Henk wachten…..

Happy Camp ligt boven de boomgrens, dus geen hout had ik me al bedacht. Boven de boomgrens is het hoog dus ook koud. Slechte combinatie.

Hier Henk’s 2e eenheden foutje. Stomme Amerikaanse eenheden ook. Vanaf de top geen 4 km maar 4 mijl, en de meeste agressie was toch wel verbrand in de toppoging. Maar goed zo’n probleem is het ook weer niet. Buiten dat had ik zelf ook even kunnen kijken, maar Henk zou de kaart erbij houden. Moe zijn betekent niet dat er niets meer kan.  We waren beide in ieder geval Happy hier in t kamp te zijn aangekomen.

Ineens liep ons avond maaltje vlak naast onze trail met een paar vriendjes.
Ineens liep ons avond maaltje vlak naast onze trail met een paar vriendjes. We hadden er zo twee kunnen pakken. De beestjes beschouwen ons als totaal ongevaarlijk.  Zoveel blind vertrouwen wilden we niet beschamen door ze in te ruilen voor een beetje honger!
Bij Crater Lake werd het beter. Sneeuw stopte, en de rotsen weer beter zichtbaar.
Bij Crater Lake werd het beter. Sneeuw stopte, en de rotsen weer beter zichtbaar.

Dag 4 Dinsdag 22 sept.)  Happy Camp to Bennet Lake is het niet geworden. We besloten in Lindemann’s Camp te overnachten. 20,1 km

Lost and found  (door Henk)
Leo is mij onderweg maar 2x kwijt geweest, eerst at Lindeman’s, toen hij mij vroeg het tweede kamp te verkennen. De eerste echte ouderwetse blokhut leek al goed, maar we wisten uit het boekje dat ik gekocht had bij Holyday Sport over de Chilkoot trail, dat er nog 1 moest zijn. Leo realiseerde zich niet dat die 500 meter verder lag, ik trouwens in 1 e instantie ook niet, maar toen ik na 100 meter bij de plattegrond van het kamp aankwam begon het mij weer te dagen. Ben toen zonder verder na te denken of Leo in te seinen verder gelopen. Ik had immers het fluitje en mijn bus met pepperspray bij me, in het geval er een beer mocht opduiken.

Gedeelte tussen Crater Lake en Lindemann was prachtig. Zeker boven langs de rapids
Gedeelte tussen Crater Lake en Lindemann was prachtig. Zeker boven langs de rapids.                             Links boven langs de afgrond.

Inderdaad de tweede blokhut gevonden, hier was ook het kamp van de “wardens” gevestigd, en zomers ook een kleine tentoonstelling in 1 van de vele hutjes en tenten die er stonden. Alles was echter afgesloten en verlaten, omdat het seizoen (juni t/m augustus) voorbij was. De blokhut was wel open, maar bleek iets minder mooi dan de andere. Grote voordeel van deze plek was dat er stromend water (Creek 😂) was, en bij de 1e alleen water uit het meer, waar de eenden in zwommen. Nadeel was de koude wind die over het meer recht op de hut stond. Dus toen maar weer terug met deze bevindingen naar kapitein Leo. Ik werd daar zeer hartelijk met een min of meer terechte uitbrander ontvangen. Hij had al wel vast de “Stove” aan de praat gekregen, en voldoende hout voor ’s nachts gekloofd, en hoefde ik ’s nachts gelukkig geen wacht te lopen 😜. Dus maar besloten dat de eerste blokhut ons onderkomen werd. Netjes met bankjes onze bedden ingericht, hoefden we niet op de koude vloer te liggen zoals in de voorgaande nachten in de kooktenten. Hier was tenminste mooi droog hout zodat we ook onze kleren weer eens goed konden drogen. Nog snel even nog een keer terug naar het andere kamp om een emmer water te halen voor het avondeten en de nodige dorst te lessen. Ik wist niet dat water zo lekker kon zijn! Je hoefde alleen maar te denken dat het bier was, en dan smaakte het er ook naar. 😇 De zoveelste fata morgana. Leo zag nog een kaarsje liggen en stak deze aan en zette hem voor het enige raam die ons onderkomen rijk was.

'n Heerlijke cabin.
’n Heerlijke cabin.  Zoals in elk kamp begint Henk direct na aankomst met de reorganisatie van de inrichting. Twee slaapplaatsen op bankjes moeten er komen. Hij sjouwt 500 meter voor een extra bankje uit de andere cabin.
de cabin.
De cabin. na aankomst eerst even 5 min rust. Henk gaat direct om onderzoek uit in de omgeving. Als ik hem na ’n half uur als vermist wil opgeven duikt ie weer op.
DSCN2967
Voor passanten maar een kaars voor het raam gezet vannacht. We hadden al dagen niemand gezien en tot onze verrassing horen we na enige tijd: “hallo, hallo”! Ja hier roep je altijd heel voorzichtig van afstand. Voor je het weet heb je anders de kogels om de oren…. Dit waren twee aardige Duits sprekende jongelui. We hebben hen naar de andere cabin verwezen.

Je had de gezichten moeten zien van die 2 “Duitsers” die heel laat in de middag aankwamen! De enige menselijke wezens trouwens die we die dag gezien hebben. Na een zeer amicaal en vriendelijk gesprek besloten ze gelukkig voor ons toch maar in het tweede kamp te bivakkeren.

Terug van de tocht. Genesteld in de B&B
Terug van de tocht. Genesteld in de B&B ” The White House”, gedouched en helemaal in the mood om een biertje te pakken.

Verslag trip overdag.
De tweede keer was die avond erop in Skagway. We hadden onszelf rijkelijk beloond met wat Budweiser en een heerlijke maaltijd van Ceasar Salad en Fish&Chips. Daarna liepen we nog even verder door het stadje richting de haven om te kijken of de HD van Leo er nog stond. Alles tot zover oké. Leo wist aan de haven nog een leuke kroeg waar hij in 2006 ook meerdere avonden vertoefd had. Ik zei nog tegen Leo; Ik hoop dat het niet te ver is want ik voel iets opkomen. Of het door de ontberingen van de 5 dagen ervoor of door de geweldige overdaad van deze dag kwam, ik weet het niet. Feit was echter dat mijn verteringsapparaat er niet mee overweg kon. 100 meter verder zag ik een openbare gelegenheid, en bedacht me geen moment en was verdwenen. Verdere details worden de lezer bespaard. We hebben daarna nog wel gezellig met elkaar een biertje gedronken in de bewuste kroeg. Deze was een jaar of drie geleden afgebrand en herbouwd. Minder gezellig dan in Leo’s herinneringen. Toen maar naar ons B&B, een afzakkertje genomen en gaan slapen.
Rest volgt nog wel een keer

’s Avonds dus de coordinaten even ingebracht omdat ik niet helemaal naar Lake Bennet wilde lopen om vervolgens over de dwarsliggers onder de rails via het spoor weer terug te lopen naar Log Cabin. Voor ons gevoel moest er een short cut zijn maar Henk had in het boekwerkje van die Duitse schrijver gelezen dat deze er echt was.  Maar veel is hier anders dan gedacht dus voor de zekerheid de coordinaten berekend en ingetekend en in de GPS. De twee Duitsers welke we spraken hadden het nog wel over verwijderde bruggetjes en een verdwenen brug waar alleen nog wat omgevallen bomen over het water lagen. Ik besloot om de short cut maar te wagen.  Op deze (achteraf) mogelijk essentieel momenten laat Henk t besluit netjes aan de guide, en dat is ook terecht. De Amerikaanse Ranger in Skagway vroeg ook uitdrukkelijk wie de leader van de kleine groep is. Dus er is er maar een accountable! Dat lijkt wat overdone maar zo gaat het wel hier.

Dag 5 Woensdag 23 sept.) Terug van Bennet naar Log Cabin 16km. Dit werd dus van Lindemann naar Log Cabin.

De ervaring in het begin leerde 2km/uur in dit gebied. Waarschijnlijk minder up’s en down’s vandaag maar een veel snellere verplaatsing durfde ik niet op voorhand te maken.  Overweging was als het tegen zou vallen naar Bare Loon, dat we daar zouden overnachten. Viel het mee, met de shortcuts dan doorlopen naar de Highway. Om de trein in Frazer te halen moesten we er ruim voor half vier zijn. Dat zou dus inclusief hitch hiking zijn. (of 7km lopen)

Na 4 km komen we bij Bare Loon Lake. Ook een mooie kamp plaats. Maar we lopen door. Zoals verwacht al snel na Bare Loon een in oostelijke richting afslaande trail maar afgezet middels rocks en wat takken. Het was me niet ontgaan, het was de juiste plek dus we gaan, ook al is deze shortcut officieel niet meer gewenst om te gebruiken. Het scheelt wel een km  of acht. Ook de obstacles als verwijderde bruggetjes zijn redelijk gemakkelijk te nemen en binnen het uur horen we ineens ’n treintje????  Shit hoe kan dat, die zou toch niet meer gaan? Er wordt uitdrukkelijk aangegeven dat vanuit het midden van het spoor aan elke zijde van de rails 10 meter, alleen CN (Canada National) Railway Company right of way heeft. Maar ook dat houdt ons niet tegen. Als de (wij denken werklui treinen) treintjes weg zijn lopen we in zuidelijke richting. We passeren ’n gedeelte waar werkzaamheden aan het spoor plaatsvinden, er staat ook een graafmachine/kraantje. Even nadat we gepasseerd zijn horen we het kraantje weer draaien. Men is wellicht wezen pauzeren in Bennet of materiaal halen. Vervolgens 9 dodelijke saaie km’s over het spoor tot Log Cabin en de Highway.     Al met al waren het toch veel km’s. 4km tot Bare Loon, 2km shortcut, en 9km spoor dat zijn 15 km’s.

Bij de Highway gooi ik de rugzak eraf. Henk is nog onschuldiger als ik dus ik zeg ga jij maar de duim opsteken. Jouw muts afzetten en dan duim omhoog. Binnen 10-15 minuten was het raak.

de Highway bereikt.
de Highway bereikt.

Dave van Dyea Dave transport pikte ons op met een 20 persoons bus. Daarvoor passeerde een collega die zwaaide en dacht die Dave achter mij neemt ze wel mee. Het moest snel want ze moesten de trein halen met de bus en passagiers. De passagiers werd geboden om ruimte voor ons te maken achterin de bus, “because they stink like hell” zei Dave and they are hungry: They did the trail…..!”

De passagiers, met stuk voor stuk ruim overgewicht, verhuisden en trokken hun tassen open en voor we het wisten zaten we vol muffins. Wel Henk’s maar niet mijn liefhebberij.

Dave bracht ons vervolgens langs customs en naar Skagway inclusief rondtoer.

Henk bracht het alsvolgt onder woorden:

Hierbij ook nog de stukjes tekst die ik in eerste opwelling via w’app aan de fam gestuurd heb.
Yes we did it! We found GOLD! Nu drie of 4 nachten in White House B&B als beloning. Gaan Zaterdag of Zondag met de HD weer terug naar Whitehorse. Omgeving hier in Skagway is adembenemend mooi! Was erg zwaar, vooral de derde dag de Golden Stairs op, met de middag sneeuwbuien toen we boven op 1160 meter de pas over klauterden. Op een gegeven moment dachten ik dit gaan we niet halen, maar we moesten door, want de weg terug zou nog zwaarder worden, dan wanneer we de pas over waren. In het Canadese deel aangekomen was het net of je in een sprookjeslandschap beland was, zo onwaarschijnlijk groots, mooi, overweldigend, werkelijk geen woorden voor! De enige omschrijving die past is; We found GOLD!!!!!!
Dit is een ongelofelijk mooie omgeving, dus we vermaken ons hier nog wel een paar dagen. Hier varen iedere dag 3 immens grote cruiseschepen met toeristen binnen. De locals vinden het fabulous dat een paar van die Hollanders op de Harley komen binnen rijden en de Chilkoot trail gaan lopen.

Ontzettend veel geluk gehad met het weer, alle dagen zon, ’s nachts vaak regen, en alleen de dag dat we het hoogste punt, the White Pass, over moesten hadden we sneeuw, maar dat gaf ook weer een extra dimensie aan de trip
Ik heb deze week zoveel geduld moeten hebben als ik na een slaapje vanaf ca 19.00 a 20.00 ( want dan was het donker, eten op en naar bed) midden in de nacht weer wakker werd van het ongedierte en daarna amper meer kon slapen. Hebben tot 2x toe een gat in een plastic tas geknaagd , eenmaal waar mijn drinkbeker in zat en 1 x waar de reserve kleding in zat. Terwijl we netjes alle eten opgeborgen hadden in de bearlockers. Je moest werkelijk alles ergens opgangen of zo.
We hadden heel veel mazzel dat het end of season is, morgen loopt het laatste treintje en dan komen er ook geen cruises meer. Dus we zijn in totaal maar 5 mensen ontmoet op de trail in al die dagen, terwijl er in de maanden juni, juli en augustus ca. 5000 mensen de trail doen. Dan moet je in je tentje op een houten vlonder camperen. Nu er op de campsite toch niemand anders was, hebben we veelal ’s nachts in de centrale kooktent van de campsite kunnen slapen, soms was er zelfs een houtoven aanwezig om iets op te warmen. Alleen in Happy Camp na de zeer zware beklimming van de Golden Stairs on Bloody Monday, toen het ook verschrikkelijk sneeuwde bovenop de pas, was helaas geen houtkachel, maar was dan weer wel een houten hut ipv een tent. Hebben het daar op die hoogte wel behoorlijk koud gehad.
Het treintje vanaf Bennett Lake (eind vd trail) lag er al een tijdje uit, vandaar dat we na het een na laatste camp een doorsteek gemaakt hebben naar de spoorbaan. Als je bedenkt hoe eentonig het is om die laatste 9 km over het spoor te lopen!!
Toen we bij Log Cabin aankwamen hadden we nog anderhalf uur om 7 km te lopen naar het treinstation van Fraser. Water op, voeding op, konden het ook niet meer opbrengen, dus maar de duim omhoog langs de kant vd weg. Na enkele vergeefse pogingen, stopte een bus met passagiers voor de trein van Fraser naar Skagway!

Onze chauffeur (acteur) heette Dyea Dave, geweldige vent die ons eigenlijk wel voor niks mee wilde nemen naar Skagway, omdat hij daar toch naar toe moest. Hij heeft ons nog een rondtoer gegeven door het stadje, voordat hij ons voor een geschikt B&B afzette, dat was ons wel wat waard. Eigenlijk de hele week al alle geluk van de hele wereld gehad met alle beslissingen die we genomen hebben. Kon niet beter!

Donderdag 24 sept.)

Good morning Holland! In Skagway it’s 7.15 in de morning, and I’m awake! First good night sleep I had in a week! 😴😇😘  Leo weet wel waar dat door kwam! 🎉

Gisteravond zalm gegeten aan de haven, toen om 20.00 uur het laatste cruiseschip van dit jaar de haven uitvoer.

Daarna met Leo naar de Red Onion Saloon geweest, toen was het inmiddels veranderd in een gewoon plaatselijk bruin café met heel leuke live muziek.’s Middags hadden we daar een Ceasar Salad en een biertje besteld. Toen zag het er veel anders uit. All part of de show, zou de buschauffeur Dyea Dave, die ons de lift terug gaf, zeggen.
De serveersters waren verkleed als publieke dames uit de tijd van de goldrush! Allemaal heel hoog opgedrukt, met veel 5 en 10 dollar biljetten erachter😂
Leo heeft nog een mooie foto gemaakt toen ik aan het afrekenen was 😅

'n Pas foto momentje
’n Pas foto momentje
Red Onion Saloon
Red Onion Saloon
Henk heeft zorgvuldig gepoogd
Henk heeft zorgvuldig gepoogd “niks” te toucheren!! Zij maakte vrij baan…
Dave de dorpsgek, maar wel onze driver!
Dave de dorpsgek, maar wel onze driver! (Dyea Dave) We komen hem iedere keer tegen, stadje is erg klein.

We hebben geluk gehad dat Dave stopte om ons mee te nemen. Had een bus vol met mensen die hij bij de trein in Fraser af moest leveren, vanuit Carcross. Was pas de 6e of 7e voertuig dat voorbij kwam! Iedereen schikte een beetje in en we werden overladen met koekjes en Muffins, want we zouden wel honger hebben 😜 Daarna heeft hij ons een rondtoer door het stadje gegeven. Het eerste guesthouse waar hij ons af wilde zetten zat vol. Toen adviseerde hij ons om ons bij dit B&B af te zetten. We hadden het niet beter kunnen treffen. We gaan om 10.00 uur naar Dyea om op zalm te vissen. Als we er al 1 vangen, zal het wel de hele dag in beslag nemen om die joekel op een houtvuurtje gaar te stoken en uiteraard helemaal op te eten! 😇

Misschien eind vd middag hier in de B&B nog een wasje draaien. Afhankelijk van het weer is de planning om zaterdag met de motor weer naar Whitehorse te vertrekken. Daar wellicht in de buurt nog wat kayakken. Leo wilde zelfs nog kijken of een dag met een knol erop uit een optie was. 😍
Geen zalm gevangen, begon heel hard te waaien en zaten ook dikke buien aan te komen, dus maar terug om koffie met een soort van warme bacon-cheese “muffin” te nuttigen.

Goed kijkend zie je de grizzly!
Goed kijkend zie je de grizzly!

Maar na de Chilkoot trail kunnen we nu nr 2 ook van de bucketlist halen. We hebben vanmorgen bij Dyea maar liefst 2 Grizzly’s gezien!!😍  1 hele grote, maar die liep wel 200 meter verderop op het strand waar vroeger de golddiggers aan land gingen: The Flats.  Een soort van delta met droogvallende stukken en verschillende stroompjes. Hier kun je ook mooi zien aan het kleurverschil hoe het zoete water van de Taiya rivier bij het zoute water vd zee komt. Op de plek waar zo’n stroompje dicht langs de weg komt, vlak bij de camping, hebben we wel 20 minuten op de oever zitten kijken naar een drietal zeehonden die daar aan het vissen waren. Ontzettend dichtbij en heel mooi.

DSC_3990

Je moest alleen wel stil blijven zitten, want als je bewoog doken ze onder. De tweede Grizzly liep onder langs de rivier bij de brug, waar we volgens onze B&B gastheer het meeste kans hadden om in deze tijd van het jaar nog een “Silver Salmon” te vangen. 

DSC_3980
Leo liep al vast naar de brug, terwijl ik met mijn hengel aan het gereed maken was. Ik zag hem dus niet wijzen, waarop hij redelijk zachtjes mijn naam riep. Blijkbaar had bruintje het ook gehoord en nam de kuierlatten de bosjes in. Ik had geen tijd meer om een foto te maken. Leo nog wel, maar van de achterkant. Jammer want hij was zo vreselijk dichtbij, dat het hele mooie plaatjes hadden kunnen worden. Hij stond pal aan de andere kant van de Taiya, die op dat punt maar slechts 25 meter breed was!

In zuidelijke richting kijkend over de haven van Skagway richting Haines.
In zuidelijke richting kijkend over de haven van Skagway richting Haines.

==============================================================

Voetnoot 1: Structuur en organisatie)

Via Maarten Harteveld, uit ’t Zwitserse, een rugzak van ’t merk Bach bemachtigd. Inhoud 100liter. Door Henk beoordeeld als een perfecte zak. Ik heb ‘m nog niet bestudeerd maar afgaande op de geluiden van Henk, en dat zijn er nogal wat per dag, de zak geanalyseerd. Idd globaal gezien is Henk dik tevreden. Vooral over de prijs / prestatie verhouding tot nu toe. Ik beluister dat er veel te veel vakjes inzitten. Henk is steeds alles kwijt en weet niet meer in welk zakje of vakje. Soms ontbeert hij enkele dagen ’n belangrijk item en dan is het er ineens weer.  Gelukzalig gevoel natuurlijk, maar lijkt me niet de opzet van Bach. Tweede item is de buckle. De sluiting van de heupriem. Ik weet dat het zo’n belangrijk item is dat ik een reserve bij me heb afhoewel ik een Bergans rugzak heb van 110-130 liter. Misschien is de buckle wel van dezelfde fabriek, je weet het niet.  Na vele stops eens preciezer kijken. Henk zet de buckle op maat van z’n buik zodat ie strak zit en doet dan de buckle in de sluiting en drukt ‘m dicht. Hierdoor gaan de lipjes nooit geheel netjes naar buiten. Vervolgens slaat hij z’n Odlo shirt omhoog en draait ‘m om de riem. Waarom is me niet duidelijk. Maar dat strakke shirt drukt de lipjes weer in en dan gaat het steeds los en lijkt het een slechte sluiting. Normaal sluit je de buckle. schuift de rugzak op de juiste hoogte door je te bukken en de rugzak op de juiste hoogte op de rug te hebben. Daarna de buckleriem goed strak aantrekken.  Rechtop gaan staan en de schouderriempjes met kleine hupjes strak trekken totdat de juiste lichte spanning op de schouders staat. Rugzak tegen de rug, geen te hoge spanning, gewicht verdeeld en Kees is klaar.

Op den duur heeft alles in de rugzak z’n plaats en ken je die. Mocht er nog eens iets van plaats veranderen dan weet je dat.

Medio oktober zal ik de rugzak terugbrengen naar Maarten. Bij deze alvast dank aan Bach!!

Voetnoot 2: Fotografie)

Vanwege m’n relatief zware Nikon toestel in overleg al snel besloten dat Henk foto’s zou maken. Ook in de wetenschap dat hij sneller naar de camera grijpt dan ik. Maar zo extreem vaak had ik ook weer niet gedacht. Ik heb de camera meestal op m’n buik hangen, direct klaar voor gebruik. Henk had uiteindelijk, ik dacht gedurende dag 3, z’n camera in de camera tas en die tas samen met de hiking poles in z’n hand. Foto momentje riep hij dan. Stokken in de grond of ik hield ze vast, hij pakt ’t tasje, openritsen, camera eruit, goed zetten, kapje eraf, foto maken, kapje erop, in ’t tasje en poles terug en weer verder. Kostte 3 min. bij 100 foto’s zo’n 300 minuten oftewel 5 uur.  Dat was de kostprijs. Dat ik er (te) vaak op sta is ook een prijs. Opbrengst is ook niet mis. Veel foto’s welke ook mijn geheugen opfrissen, tijd om te rusten maar ook afkoelen, geen extra camera te dragen, deze keer.

Voetnoot 3: Materiaal)

Hier gingen de vorige twee voetnoten eigenlijk ook al over maar toch nog enkele aanvullingen.

Hiking Poles: Zonder hiking poles is zo’n tocht haast niet te doen. Primair zorgen ze voor balans. Gedurende de gehele route loop je op een zeer ongelijke bodem van rotsen, rotsblokken groot en klein, modder paden, boomwortels etc.

Schoenen. Sterke enkels zijn nodig, met hoge schoenen welke deze nog wat extra steun geven. M’n 10 jaar oude schoenen, zijn aan hun laatste reis bezig. Ze zijn volledig versleten maar ik prijs me gelukkig dat ze t volhouden. Zool laat los, gespen afgebroken, ’n beetje lek, en de zool aardig afgesleten. Na dag 3 onder m’n rechter grote teen een joekel van een blaar van 3 bij 2 cm. Ik had er onderweg niets van gevoeld. De blaar was al open. Huid verwijderd en behandeld met desinfectie en tape. Hoop dat het goed gaat.

Niet gebruikt. Gelukkig de handschoenen niet gebruikt. Ook niet tijdens de passage van de pas. Beerspray niet gebruikt. Ook geen beren gezien tijdens de route. Wel veel prints. Het stikt van de beren. Ik voelde hun aanwezigheid ook wel maar je ziet ze niet als ze niet willen. Henk had een bearbell gekregen van Riny en rammelde er de hele dag vrolijk op los. Was ook heel zinvol, als ik niets meer hoorde dan stopte ik ook maar. Dan stond hij stil voor ’n foto, voor de buckle, of iets anders. M’n kunststof zitje niet gebruikt, is ook voor watjes.

www.findmespot.com  oftewel S.P.O.T.  Elke avond netjes m’n positie aangegeven en verstuurd aan familie en contact personen.

SPOT

On/Off  om aan of uit te zetten

3 bediening knoppen waarvan je er twee vooraf kunt programmeren via de SPOT website qua te zenden tekst.

  1. 1) OK knop.  Als je daar twee seconden op drukt wordt de gewenste tekst + je nauwkeurige positie gezonden aan max 10 door jezelf opgegeven e-mailadressen.  Bij mij was:  Coördinaten + “Hier zit ik nu en het gaat goed.” Als de ontvanger vervolgens de coördinaten aanblikt verschijnt er een kaart waarop mijn positie staat aangegeven. Terug antwoorden gaat dus niet.
  2. Help knop. Werkt hetzelfde. De tekst welke ik heb ingegeven luidt. “Hier zit ik, ik heb hulp nodig, kom me halen!”  De ontvangers heb ik vooraf gezegd dat t niet levens bedreigend is maar dat ik het zelf niet redt. Ook heb ik contactpersonen of organisaties  opgegeven met tel. nummers welke aldaar de gewenste hulp kunnen bieden.
  3. 911 knop. Nu gaat er een bericht via een vaste post naar alle benodigde officiële hulpdiensten. Heb je verder geen grip meer op. Situatie is levensbedreigend!

Van de knoppen 2 en 3 heb ik geen gebruik behoeven te maken.

GPS. Garmin 60c.  Op zo’n route eigenlijk niet nodig. Maar goed voor de zekerheid bij ons. Ik had de coordinaten van de camp’s van Canada Parks gekregen dus op dag 4 enkele daarvan toch maar ingevoerd. Als je vervolgens op de locatie komt waarvan je vooraf denkt dat kan wel eens tricky zoeken worden dan blijkt het kinderlijk eenvoudig.

 Voetnoot 4: Mede tocht genoten)

In gelijke richting hebben we niemand gezien behalve de laatste dag. Die kans is ook klein. Inhalen doen we niemand en ingehaald worden is ook niet kansrijk. Toch zijn we ’n man of 3 tegengekomen.  Een liep op slippers en deed de tocht tot Lindemann heen en terug en wilde dat in een dag doen. “I think I go all the way back…..!Het was de eerste die we zagen zo rond 15 uur op dag 2 met een hond en hij liet ons behoorlijk ontgoocheld achter. What the hell…… in een dag….. Natuurlijk weet ik dat je bij een bergmarathon zonder bagage in 6 uur 42km kan lopen. Dus 53 kan ook wel. Maar hier was geen verzorging.

Dag 4, Aan het eind van de dag, we hadden de woodstove in onze log building al behoorlijk op temperatuur, kwamen er rond 17 uur nog twee man aan. Kwamen ons dus in feite achterop. Ze roepen buiten iets, wij komen met rode wangetjes naar buiten, een beetje beschaamd vanwege de warmte gloed. Omdat het eigenlijk niet de bedoeling is dat je in dat gebouw blijft slapen, zeker tijdens ’t hoog seizoen niet, waren we er niet blij mee. Henk zegt snel dat er nog een cabin is. Na wat info uitwisselen verdwijnen ze in die richting.  Zij zouden de laatste dag hetzelfde doen als wij.

Voetnoot 5: My buddy )

Ha ’n gevoelig onderwerp natuurlijk. Samen lopen met Henk G. is natuurlijk op zich al niet  niks. ’n Dagje wandelen of een trailrun ergens in de Achterhoek is een,  maar 6 dgn achtereen in Alaska een trail lopen is weer wat anders. Je zit de gehele dag op elkaars lip terwijl je elkanders geliefden niet bent.  Henk is nogal onstuimig, zit vol drive en energie om die drive in daden om te zetten, maar is in dit geval veel meer amateur dan ik. Dat betekent dat ie open moet staan voor suggesties, adviezen, raad en soms bijna onverholen bevelen. Het feit dat ik “by law” zo ongeveer aangewezen ben als verantwoordelijke vereist van me dat ik die verantwoordelijkheid ook neem en uiteindelijke bepaal hoe en wat, ook al lopen we als vrienden. Dat werkte ook enkele keren zo uit. Henk accepteerde dat ook conform. Ik ben geen militaristische bevelvoerder die vooraf de gang van zaken in detail uiteenzet en eis dat dit in detail zo wordt gevolgd. Zolang alles de goede richting uitgaat zeg ik niets en corrigeer alleen als ’t anders moet. Verder vulde het elkaar goed aan. Daar wilde ik het bij laten, ware het niet dat Henk nog wat meer nuance wil.

Voetnoot 5: Henk Griemelink )

’t Is een slimme vent, volgens eigen metingen iets van 138, de eenheden ken ik niet en op een schaal van 1 tot 100 past t niet.  Hij heeft de wandeling al ge-imagineerd van te voren en geanticipeerd. Dat doen slimme mensen. Zodoende ergens ook een zak snoepgoed verborgen in z’n onmetelijke rugzak. Wat Dextro en powerbars. Aangekomen bij “the Scales” op dag 3, volgens het profiel halverwege de klim naar de Chilkoot Pass, zeg ik tijdens ’n korte pauze: “Laten we die geheime voorraad van jou maar eens aanspreken. Zolang ’t in de rugzak zit draagt het niet bij of misschien wel…. Dus we verorberen ieder ’n powerbar en wat Dextro tabletten. Het water erbij kunnen we op deze hoogte zo drinken. Iets hoger is er ook geen stromend water meer. Dan wordt het sneeuw smelten. Halverwege de “Golden Stairs” dus de slotklim van zo’n 400 hoogtemeters, kijk ik Henk in de ogen en denk. ’t Vuur is eruit! Dus nogmaals snoepen uit de pot. Ik mompel nog zoiets van “opgeven is geen optie!!” Hij iets van “Teruggaan ook niet”. Henks benen en knieën  trillen en bibberen, we nemen vijf minuten en kijken naar boven, nog ’n end te gaan en we weten als je er bent dan ben je er nog niet en dat vier keer…… jongens jongens waarom willen we dit….

Henk bijna bezwijkend onder die enorme last op z'n rug.
Henk bijna bezwijkend onder die enorme last op z’n rug.

Maar hij blijft lachen en denken aan z’n Fitness fabriek.

Tweede aspect is dat hij, alhoewel niet de kopman, toch steeds op z’n hoede is voor het juiste pad. Een stap in de verkeerde richting en hij corrigeert: “Hey, moi hier neet hen?” Zo kun je z’n moraal testen en je loopt met een gerust hart, want Henk corrigeert wel.

Ten derde, hij is meer dan gedienstig, meer dan dat, soms bij het irritante af. Dan denk ik waar heb ik dat aan verdiend.  Maar hij wil z’n bijdrage leveren en heeft er de energie voor. Hij promoveert zichzelf dan ook tot houthakker 1e klas en waterdrager. Dat laatste houdt meestal in om ’s avonds en ’s ochtends water uit de Creek’s te halen.

Het beerbelletje doet wonderen. Als ik ‘m niet meer hoor stop ik automatisch denkend dat ik iets mis uit m’n omgeving. Ja de zintuigen staan op scherp na een, twee dagen. Je hoort meer, je hoort ’n stilte vallen, ziet meer (bere sporen, shit etc), ruikt meer (helaas mezelf ook), voelen (de aanwezigheid van (groot) wild om je heen die jouw wel zien maar ik hen niet….). Als ’t stil wordt is het of een fotomoment, of z’n buckle, of rugzak positie. Langzaam dovend geluid duidt op uitputting, dat heb ik alleen op de “Golden Stairs” gesignaleerd. Meestal bijt hij wel door. In de voorbereiding schijnt hij ook gedacht te hebben: ” Ik hou Leo wel bij” Nou dat was vaak ook wel zo behalve bij de foto momentjes…… blijkt er nog een sticker ’n z’n camera tas te zitten.

Ook Henk ziet beresporen en denkt dat ze vers zijn. Ik zeg nee Henk:”Verse shit daar komt damp vanaf!”…… Daarna geeft hij geen versheids gradaties meer door.

Zoals reeds gememoreerd is z’n foto procedure diep verankerd. Ik denk, ik heb zelf mede gekozen voor hem als fotograaf dus kaken op elkaar. Daarnaast hoe verander je bij een 54-jarige een diep ingesleten protocol. En hij is natuurlijk zuinig op z’n camera. Ik heb ‘m zelfs op de motor zonder bescherming zo om de nek hangen, direct klaar voor gebruik. Hij z’n eigen werkwijze en zie een mooie serie.

Soms denkt ie dat ie op de Lochemse Berg zit, ff de hond uit laten of zo. Het meeste wild is zo schuw als wat, als ze maar de gelegenheid krijgen om weg te komen (ontsnapping route) en ’t jacht instinct niet wordt wakker geschud (niet hard weglopen, hetgeen toch veel te zacht zal blijken te zijn), en kom nooit tussen ’n moeder beer en haar jongen (maar ja dan moet je ze wel zien… dus opletten). Verras ’n beer nooit, meestal ben je al gezien of gehoord en zijn ze weg, is het omgekeerd maak dan tijdig rustig kenbaar dat je er bent en geef de beer de gelegenheid te verdwijnen. Zo heb je zo’n 10 geboden. Als je die hanteert gebeurt er “niks” in 99,9% van de gevallen.   Dus ook altijd even laten weten als je weg gaat, waarheen en voor hoelang ongeveer. Da’s wennen en daar hou ik ook niet altijd van.

De benodigde spullen heeft hij wel bij zich ’t is alleen de vraag waar. Dat opbergen is ook een ervaring kwestie.

Empatisch vermogen. Wat doe ik, hoe gedraag ik me, wat zeg ik/wel of niet en wat denken anderen daarvan. Specifiek hier in Canada. Dat is nog een wat verder te ontwikkelen traject. v.b. gister reden we langs ’n “subdivision” aan Lake Laberge (Yukon) en Henk zit achterop vrolijk filmend de buurt op te nemen. Ik zeg: Misschien kun je dat beter niet doen. Stel dat iemand identisch, rond jouw huis rijdt of loopt te filmen wat denk je dan?….. Ik zeg hier schieten ze je bij wijze van spreken eerst in de rug en vragen dan “How can I help you?”   O ja, is dat zo? Ik zeg: “Misschien wel”.

Zo tekenen we al gaande weg wat karakter verschillen op om te constateren dat we het hier bij laten.

Voetnoot 6,  Voeding

Voor een volwassen mens is een gemiddelde energie behoefte per dag wel bekend. Uiteraard verschillen de minimale en maximale waarden per dag door het verbruik c.q. de inspanning welke je verricht. Een TdF renner verbruikt wel tot 6000Kcal/dag Waarschijnlijk kan hij er niet veel meer opnemen, wel innemen maar hetgeen je niet kunt opnemen komt er zo weer uit.

Als ik een dag in bed blijf liggen (24 uur lang) verbruik ik toch nog evenveel energie als een grouse (patrijs-achtige vogel ) me zou leveren (gewicht 950 gr) zijnde 9,5 x 203 Kcal= 1319 Kcal.  Die grouse hebben we dan ook maar laten lopen. Op zo’n dag hiken met 25kg op de rug gedurende ca 8 uur schat ik mijn verbruik toch snel op 5000 a 6000 Kcal. Bij Henk is dat met zijn gewicht van 70kg slechts 60% hiervan.

Het totale energie verbruik is de ruststofwisseling (of Basal Metabolic Rate) + de energie welke nodig is voor al je activiteiten.

De ruststofwisseling (of Basal Metabolic Rate) is met een mooie formule uit te rekenen. Deze luidt:   xxKg tot de macht 0,73  x 83.   De kg is je gewicht. Dan kom ik al aan 2734 Kcal bij 120kg. Dat is zonder rugzak van 23-25kg met water etc.  Henk komt aan 1845 Kcal. Let wel dat is in rust.  Maar hij eet evengoed zo’n heel zakje leeg ipv een deel af te schuiven….oftewel z’n dagelijkse te kort is 900Kcal lager…

Hoeveel krijgen we binnen?

Alpine Air Foods
Alpine Air Foods
Scrambled eggs. Breakfast
Scrambled eggs. Breakfast

Voor het ontbijt hebben we de voerzakjes van Alpine Air Foods. Zij noemen dit product “Scramble eggs” . Je hoeft er alleen 250ml kokend water op de gieten, roeren en 13 min te laten in afgesloten verpakking. Die tijd was juist genoeg om de slaapzak en het matje in te pakken.

Grappig is dat erop staat 2 servings / container.  Dus je zou er met z’n tweeën van moeten / kunnen eten. In totaal levert het 460 Kcal. Dat is in feite de energie waar je de hele dag op loopt.

Het diner 's avonds. Pepper Beef with rice. Dit als voorbeeld.
Het diner ’s avonds. Pepper Beef with rice. Dit als voorbeeld. we hadden ook wat andere smaken.

Diner-calories

Als we dan ’s avonds enigszins uitgewoond op de campsite aankomen volgt het diner. ’s Middags hebben we ons dan te goed gedaan aan een kop bouillon. Ook lekker en de zouten zijn welkom.

Ook dit is weer voor twee servings welke we in ons eentje verorberen. Ja Henk ook. Te samen hebben we dan elk zo’n 1080 Kcal achter de kiezen op zo’n dag dus komen we globaal 4000 Kcal te kort. Deze worden voornamelijk rond de taille weggehaald. Henk zat al vanaf het eerste uur met z’n riem en buckle te trekken, ik begon dag 2. Aan het eind van dag drie, na de Golden Stairs, heb ik een dikke spijker uit de cabin getrokken en met de gasvlam rood verhit. Hiermee in elke riem 2 gaten bij-in gebrand. Zeg maar zo’n 5 a 6 cm strakker.  Natuurlijk zijn we wel weer wat aangesterkt na terugkomst…..

Omdat rond het middel vrijwel uitsluitend vet is opgeslagen en dit niet snel beschikbaar is (veel minder dan de koolhydraten zijnde de snelle energie) voel je je veel vermoeider. De omschakeling, “de man met de hamer”, komt normaal na ca 1-2 uur sporten. Nu bij groeiende tekorten aan koolhydraten begin je al in de ochtend na een half uurtje met ’t vet….. dus eigenlijk loop je de hele dag met energie gebrek, maar dat was een keus. We wilden het testen en een beetje gewicht kwijt.

Dag 3 hebben we wat extra’s gesnoept om de bult over te komen. Werkte perfect.

Leo & Henk

Weer een Beregoeietijd in Canada (Stage 2: Skagway & Whitehorse)

Dinsdag 15 sept.  Na de rit vanuit Atlin eerst een slaapplek gezocht rond Whitehorse. Een oud motelletje aan de Alaska Highway. In de stad was nogal prijzig en ik heb tenslotte eigen vervoer.

Airport Chalet Motel
Airport Chalet Motel

Whitehorse is gegroeid. Dacht ik destijds te weten hoe e.e.a. ongeveer liep, moest ik nu een paar keer rondrijden om me te oriënteren. Zeker als je vanuit Google Earth verkent zie je fikse uitbreidingen (sub divisions genoemd) behoorlijk ver buiten de stad. Je weet de lage zijde van de “oude” stad is de Yukon maar daar achter is de oosthelling van het uitgesleten plateau. Aan de westzijde was die in m’n gedachten hoger.

Google Earth beeld van Whitehorse, Yukon
Google Earth beeld van Whitehorse, Yukon. In rood ons motel. Naar het noorden lopend kon je iets voorbij de runway via een pad met veel trappen naar beneden : Down Town Whitehorse.

 

Daarbovenop ligt het vliegveld. Die vliegtuigen horen ze in de stad nauwelijks. Ik wil de motor 14 dagen in een garage box hebben zonder dat deze in tussentijd via een blind sale leeg verkocht wordt.  Deze box had ik thuis al gereserveerd. De lokatie zou downtown zijn en het is aan de Titanium Way 106 (nu ineens geen streets en Avenue’s meer?) M’n navigator kent t adres ook niet. Rest me vragen en nog eens vragen. Niemand kent het. Idd nieuwbouw aan een dirt road en op flinke afstand van het vertrekpunt van de bus naar Fraser over enkele dagen.  Vanaf Fraser de historic train to Skagway van de White Pass & Yukon Route.

Ik zal nog eens kijken hoelang het lopen is. Oftewel ik ben druk doende om de logistiek te regelen voor Henk en mij als hij morgenavond tegen de dagsluiting hier is. Ik wil ‘m vanaf het vliegveld op de motor vervoeren maar heb nog geen helm. Het is allemaal vlak bij elkaar maar de afstanden zijn desondanks toch groot. Je kunt die startbanen niet kruisen. Hij heeft er een lange reis van bijna 24 uur opzitten met een 9 uur verlengde dag en zal de eerste nacht goed willen slapen.

Woensdag 16 sept.

Boodschappen doen in Whitehorse en de trip naar Skagway voorbereiden. Kayaks zoeken om te huren. Ik was er eerder geweest, daar hebben ze mooie en stabiele exemplaren.

Donderdag 17 sept.  Vanavond komt Henk deze kant op. Morgenvroeg bouwvergadering want er zijn toch wat issues m.b.t. de trip. De bus rijdt niet meer en de Rangers van Parks Canada lopen de Chilkoot trail niet meer. Da’s niet zo erg maar ze hebben bovenop de pas ook de oranje  pilon paaltjes weggehaald om de route aan te geven. De historische trein rijdt nog tot de 24e dat is over een week dus dat kan nog. Maar dat historische treintje rijdt alleen van Skagway naar Fraser en terug. Zeg maar speciaal voor de mensen die met de cruise boten naar Skagway komen. Die komen niet meer daarna. Dus gaat de trein ook niet meer. Whitehorse – Skagway is 175 km. Misschien ook wel een mooiere route met de motor.

Bij Canada Parks wel veel gedetailleerdere info gekregen dan ik op internet heb kunnen vinden + een mooie kaart brochure. Ook de juffrouw van de Yukon trein was er na 1,5 uur pauze. Maar toen had ik t al gehoord van de bus (die niet meer ging) bij het visitors centre. It isn’t anders!!

Om 21:30 uur de Alaska Highway over gestoken naar Whitehorse Airport. Een hike van 300 meter.Ik zie ergens boven de Airport een knipperend lichtje, dat moet Henk zijn al seinend. Z’n vliegtuig vliegt nog zekere 10 km door om dan pas een bocht te gaan maken om in zuidelijke richting tegen de wind in te gaan landen. Voordat hij de aankomsthal binnen komt en z’n bagage er ook is duurt het toch nog ruim een half uur.

Henk is blij dat ie er is en is ogenschijnlijk teleurgesteld dat hij niet de tent hoeft op te zetten na nog een motorrit van enkele km’s.  We gaan naar de overzijde van de Highway en  drinken nog een welkomst biertje maar dan snel naar bed. Morgen weer fris voor de bouwvergadering  / project meeting.

Vrijdag 18 september.

’s Ochtends ontbijt met Henk om 8 uur. Natuurlijk was hij al veel vroeger wakker door z’n chronische jetlag. Want Henk is altijd vroeg op.  Gedurende de dag ’n bouwvergadering gehouden over de te volgen plannen.

Henk heeft als secretaris van de bouwvergadering de notulen als volgt gemaakt (in blauw).

Bouwvergadering gehad en de plannen zijn nogal veranderd. We gaan zaterdagmorgen naar Skagway per motor, kopen daar nog even een permit voor de Chilkoot trail, voor het Canadese deel vd route. Laatste advies inwinnen en laten ons dan wegbrengen naar Dyea, het eigenlijke begin vd route. Omdat we zaterdag laat beginnen te lopen, zullen we waarschijnlijk maar 8 km doen, en overnachten in Finnegan’s Point. Zondag lopen we dan 13 km naar Sheep Camp. Het zou mooi zijn als het weer meezit en we op Bloody Monday in 1 dag Happy Camp kunnen halen, geschatte duur is 8 a 12 uur. Vooral veroorzaakt door het zeer steile gedeelte hetgeen men de golden stairs noemen! Als het weer tegenzit (mist, of slechte omstandigheden), kunnen we eventueel halverwege bovenop de Chilkoot Pass overnachten in het grenswachtersgebouwtje volgens de mevrouw van Parcs Canada. Normaal gesproken kunnen we dinsdag makkelijk de 9 km naar Lindeman City halen, en misschien wel 13,5 naar Bare Loon Lake. We hoeven dan woensdag nog maar 11 resp. 6,5 km te lopen ( als we kiezen voor de shortcut naar de spoorlijn). Terwijl we uiterlijk pas donderdag om een uur of 4 op het eindpunt in Bennett hoeven te zijn. Dus hebben 1 dag speling voor onvoorziene weersomstandigheden of andere zaken.

Gaan vrijdag en zaterdag dan waarschijnlijk Skagway verder bekijken, een tripje naar de gletscher en onze vishengels uitproberen. Moet toch een keer een Zalm gevangen hebben, anders durf ik niet meer thuis te komen! 😅 Zondag weer op de motor terug naar Whitehorse, Lake Atlin slaan we in onze nieuwe planning maar over. 😢 gaan nog wel proberen om bovenloops van Whitehorse op de meren wat te kayakken, rest nog niet gepland, hangt van het weer af

Er was niemand met iets voor de rondvraag.

Dus vandaag de Storage Box afgezegd omdat motor stalling niet meer aan de orde is. De overige spullen kunnen we hier bij de Airport Lodge Motel in de liquor-room stallen voor een week.  De liquor-room is in Canadese etablissementen zoiets als ’n veilige bankkluis, waar in dit geval de sterke drank staat. Dus dat wagen we erop, mede omdat dit logistiek veel simpeler ligt dan die andere storage box. Omdat we met de motor gaan zijn we ook veel flexibeler zeker nu Henk ook een strak passend helmpje heeft. Omdat het maar voor een week is hebben we maar niet zo’n grote gekocht. Deze voor $50 (inclusief end of season korting) oftewel zo’n 35 Euri. Kun je niet om verlegen zitten.

Tevens een hengel voor Henk gekocht waar je gegarandeerd zalm mee vangt. Ook weer $40, wat dan weer niet duur is voor een zalm van 7kg. Dat is minder dan $6/kg tegen een prijs in Nederland van meer dan 30 Euro/kg voor ’n verse Pink zalm of ’n Silver Salmon.  Daar gaan we nog flink plezier aan beleven.

“s Middags even langs de Yukon gelopen:…… ter kennismaking. Direct oostelijk van de Railway Company building. Daar is het ook wel wat smal…… wellicht zo’n 60-80 meter, maar de stroming is geweldig en ’t water kolkt maar rond in alle richtingen. We staan er even in stilte in te staren.  Daarna volgt er een lange stilte welke pas wordt  verbroken tijdens een kop koffie bij StarBucks. Wat vond je van de Yukon? Wanneer zullen we gaan kajakken?  Henk zegt dat hij het nog niet weet, eerst de Chilkoot trail maar eens doen. Daar laten we het bij.

Daarna de voeding voor de hike tocht gehaald in een Sportzaak. Voor 6dgn / $204. gemiddeld voor zo’n $7/pack astronauten voer.  Ook nog wat bouillon blokjes voor t ontbijt. We wilden niet teveel meenemen, als het even kon wat grammen kwijt raken.

Morgen vroeg weg richting Skagway. Aldaar even naar het “Permit Office” , de motor stallen, wat contact adressen activeren en dan de hike richting Dyea.

Niks veranderlijker dan t weer. We vertrekken rond 9 uur naar Skagway.  Rijden er in nauwelijks 3 uur naar toe en Henk heeft het berekoud gehad hoor ik aldaar. Natuurlijk het laatste gedeelte over de pas was nat en koud. In Skagway ging het wel weer. Snel naar de Rangers Office om te melden dat we de trail gingen lopen, nogmaals uitleg en de regels uitgelegd gekregen. Een permit was niet meer nodig, er loopt toch geen hond meer in deze tijd.  In het hoogseizoen worden er max 50 personen over de pas toegelaten. Nu is er geen bewaking van Rangers meer, geen grens station, en geen oranje route vlaggetjes meer over de pas…… so no service.  Vervolgens ons laten wegbrengen naar Dyea Chilkoot trailhead.

Hier volgt Henks relaas:

Zaterdagmorgen 19 sept. “A few seconds befor take off”,  foto laten maken van ons samen op de HD voor het Airport Chalet Motel, met bepakking achterop, door een of andere trucker. Mensen zijn hier altijd heel beleefd en vragen meteen hoe het met je gaat en wat je gaat doen. Toen hij hoorde dat we op weg gingen naar Skagway via de White Pass, waarschuwde hij ons nog; “the road can be icy!”.

Vol goede moed vertrokken we onder het oog van een stralend zonnetje. Heading South richting Alaska. Ik weet dat klinkt wired, maar Whitehorse Yukon ligt echt noordelijker. Onervaren motordriver als ik was, had ik natuurlijk veel te weinig laagjes aangetrokken. Gisteren midden op de dag tijdens ons proefritje had ik me in deze kleding met daarover een lekkere winddichte jas nog prinsheerlijk (als een ridder te paard 😅) gevoeld. Nu echter was het vroeg in de morgen en veel kouder, werd ook niet warmer, omdat we gedurende de trip hoogtemeters gingen maken. Paar keer vd HD om wat mooie momenten met de camera vast te leggen. Leo had mij nl benoemd tot hoffotograaf. Zijn camera was eigenlijk veel te groot om mee te nemen en zou op onze hike alleen maar voor extra ballast zorgen. Daarbij hij wilde ook wel eens op de foto, want bij de meeste survivals en tochten was Leo meestal degene die zelf de foto’s maakte. Nou hij heeft het geweten! 😛
Stukje voor de border nog snel even een kop hete chocolademelk gedronken en wat info gevraagd aan de “local”. Ze hadden hier de laatste maanden geen enkele beer gespot, en in het voorjaar ook al veel minder dan vorig jaar. Dus de vooruitzichten waren (in mijn beleving) b(e)ar slecht! 😜 Bij de Canadese grens nabij Fraser (waar ook ons uiteindelijke doel het treinstationnetje om weer terug te komen naar Skagway) is, konden we zo doorrijden zonder enige controle. Toen werd het op alle fronten erger, mist, regen, niet meer genieten van het prachtige uitzicht, maar dicht tegen Leo aan om nog enigszins iets op temperatuur te blijven. Zoals een goed wielrenner betaamt, had ik ook in de chocotent al een dikke krant gescoord en die als extra laag achter mijn jas gestopt. Vond het daarom ook niet zo erg dat we enige kilometers verderop bij de Amerikaanse grens na controle van ons paspoort door een zeer ambtelijk mannetje, vriendelijk doch dringend verzocht werden de motor te parkeren en BINNEN te komen😇. Het bleek dat we een formulier van goed gedrag in moesten vullen. Nou dat was voor mij niet zo moeilijk. Bij sommige vragen zag ik Leo even twijfelen. Met name ook weer de vraag of we wapens (katapult) of pepperspray bij ons hadden, werd door ons allebei netjes met nee ingevuld. Na de nodige pecunia te hebben voldaan voor een 3 maand geldend visum, welke we bij de laatste keer richting Whitehorse weer in moeten leveren bij de Canadese grens, konden we onze trip vervolgen. Net voor Skagway, toch eerst nog maar snel even rechtsaf richting Dyea, waar onze voettocht zou starten. Alvast het een en ander verkennen, en misschien kunnen we daar het zwaarste deel van onze bagage al achterlaten. Nee dus, alles eenzaam en verlaten op de campground. Nog een paar km verder gereden over de muddy gravelroad vol met gaten, om de historische begraafplaats te vinden van ca. 70 golddiggers die allen op een zelfde voorjaarsdag in 1998 door een lawine tussen Sheep Camp en White Pass verongelukt waren. Helaas weer omgedraaid, de weg was te slecht. Nog wel even van de motor geweest op de Historic Site van Dyea, maar Leo bleef op de HD zitten omdat we nu toch echt een keer naar Skagway moesten om de laatste info in te winnen.
Misschien komen we na de hike nog even terug, dan hebben we meer tijd. Even een filmpje geschoten van achter op de HD terwijl we langs de landingsplaats (afmeer?) van de golddiggers reden. Een stop om een paar Bold Eagles op de foto te zetten die daar op het strand aan het foerageren waren.
In Skagway bleek dat het Trailcentre dicht zat, dus toen maar naar de “VVV“.

Dus met het afzetten door driver Ann, at the trailhead, bij de brug over de Taiya River, is de Chilkoot trail begonnen.  Tot hier kunnen nog wel wat Silver Salmon visjes stroomopwaarts komen. Bewijs: De grizzly’s vissen er nog, maar belangrijker wellicht, ’t stikt er in een der laatste bochten, voordat het te ondiep wordt, van de zeehonden / seals. Vreemd, zij liggen steeds met de kop stroomopwaarts in het water, terwijl de zalm ook stroomopwaarts zwemt.  Ook de bold eagles zijn er in grote getale voor de resten. Dus er moet nog vis aanwezig zijn.

Deze grizzly zoekt ook nog wat zalm in het naseizoen. Desnoods de karkassen welke terug gevoerd worden door de rivier alsnog prooi voor bold eagles, beren, coyote's, etc. Er gaat niets verloren in de natuur.
Deze grizzly zoekt ook nog wat zalm in het naseizoen. Desnoods de karkassen welke terug gevoerd worden door de rivier alsnog prooi voor bold eagles, beren, coyote’s, etc. Er gaat niets verloren in de natuur. We hebben ‘m met wat signalen weggestuurd zodat we zelf konden vissen, maar wel op levende silver salmon.

Er liggen natuurlijk ook veel zalm-karkassen van de exemplaren die hun eitjes gelegd hebben, daarna gestorven zijn en met de stroom weer terug gevoerd zijn naar de flats zoals deze ondiepe monding heet.

Henk goochelde nogal eens met km en mijlen onderweg. waarschijnlijk als testje  moraal voor mij, maar ik geef geen krimp. Dag1 b.v. riep hij steeds we moeten 5 km lopen, kort dagje vandaag en dan lekker slapen. Afgezien van het feit dat ’t met een fikse bult van 150-200 meter stijgen en ook weer dalen begon dachten we na twee uur lopen dat we ongeveer in Finnigan’s Camp zouden moeten zijn, dat is 2km/uur, hmm…..niet veel progressie en al behoorlijk zware benen het duurde ook bijna 3,5 uur voordat we er waren. Als snel werd duidelijk dat ’t  5 mijlen moeten zijn geweest hetgeen na de check ook bleek.

De Chilkoot Trail  gaat beginnen….. een tocht waarvan ik steeds heb gedacht dat moet in een dag of 3 kunnen. Als gevolg van een, een week durende indoctrinatie van alle actieve instituten: Parks Canada en ook van die van de Amerikaanse Rangers kijk ik er nu wat genuanceerder tegenaan. Het zal wel door de aansprakelijkheids verhalen komen dat men er zo zwaar tegenaan hikt hier en wellicht door minder succesvolle expedities van argeloze onervaren hikers. Elk jaar moeten er tussen de 5 en 10 hikers per heli worden opgepikt vanwege onbezonnen acties, blessures oid. In principe is de tocht ook in een dag te doen. Dan wel zonder bagage/rugzak. ’n drinkbeker, wat energy bars, ’n paar gelletjes, en gaan. Als je tegenvallers wilt uitsluiten neem je voor nood ook een slaapzak mee. Vervolgens is een matje ook wel handig en als het regent een (klein) tentje. Dan heb je al met al zo 10kg. Als je toch overnacht komt er van alles bij: bearspray, katapult, flink mes, ’n stove, meer voeding, regenkleding, warme fleece extra, etc. Allemaal voldoende om het tempo te drukken zodat je er zo 3 dagen overdoet als het een beetje tegenzit.  Fikse regen, helemaal niet ondenkbaar drukt ook de snelheid. Als alles gericht is op snelheid zie je weinig. Dus om te genieten wordt het geen topspeed + dat Henk nog foto’s wil maken :-). Genoeg ingrediënten om de tijd te nemen.   We zullen zien. We hebben de loopduur opgerekt tot maximaal 6 dagen. Normaal zullen we het in 5 dagen doen.

Weer een Beregoeietijd in Canada (Stage 1 to Whitehorse)

Gedurende de jaren dat wij in Canada hebben vertoefd was er nauwelijks gelegenheid om ook iets van het land te leren kennen buiten ’n paar uurtjes Jasper of Edmonton. Soms op de heen of terugreis naar Calgary Airport ’n nachtje Banff, Ice Fields Park Way of Edmonton. Daarom een trip gepland om wat dingetjes te doen aldaar o.a. motorrijden, hiken door de wilderness en kajakken. Allemaal activiteiten waar Riny geen behoefte aan had, een metgezel vinden met ongeveer gelijke ideeën is ook lastig. dus dan maar op m’n eentje. Een uitzondering: Henk Griemelink zou me gedurende de hike-tocht komen vergezellen als hij geen werk had. Hij heeft woord gehouden: Geen werk en wel meegaan!

Vertrokken op Dinsdag 8 sept 2015 richting Canada.

Riny bracht me weg naar Schiphol. Druk, druk ’s ochtends, waterleiding gesprongen in A’dam zuid maar met alle fratsen toch mooi op tijd. Bij het inchecken ’n probleempje. Rugzak te zwaar, nou is me die altijd te zwaar maar de juf aldaar vind 2kg een probleem. De tijd van over het hart strijken is allang voorbij en ik moet bijpassen want thuis was ik al heel kritisch door de inhoud geweest. Vervolgens afscheid genomen van Riny, want je weet niet hoelang de diverse checks van douane etc nog duren.

Plan was en is om in Canada een motor te verwerven en via een mooie route door BC naar het noorden af te buigen en via Watson Lake uit te komen in Whitehorse Yukon. Vandaar met de bus naar grens met de USA/Alaska. Daar overstappen op het antieke treintje uit 1898. Deze zou ons, via een schitterend traject, naar Skagway moeten brengen aan de Pacific Ocean. Vandaar teruglopen via de Chilkoot trail, ja die welke de (arme) goudzoekers destijds ook gelopen hebben, naar Tutsi Lake. Daar overstappen in ’n kajak welke ik daar neergelegd zou hebben en varen naar Atlin. Vanuit Atlin rijdt de oude George enkele keren per week de 200km naar Whitehorse als een soort, heel klein, busje chauffeur. Tevens doet hij dan de post via verschillende kleine gehuchtjes als CarCross en Tagish. Maar met een ’n uur of 3 ben je in Whitehorse downtown. Vervolgens terug met de motor naar Edmonton. De man van m’n nichtje Veronica, Kerry zou me dan terugvliegen naar Calgary. Op eigen houtje terug naar Nederland op 9 oktober.

Heenreis.
Heenreis.

Nou, wat komt er van terecht……

Ik heb de westelijke route maar genomen voor de heenreis. van Edmonton, Jasper, Prince George, Smithers, Kitwanga en dan noord naar Watson Lake, Atlin, Whitehorse.
Ik heb de westelijke route maar genomen voor de heenreis dus Highway 16 (Trans Canada Highway). van Edmonton, Jasper, Prince George, Smithers, Kitwanga en dan via de 37 noord naar Watson Lake, Atlin, Whitehorse.

De vlucht naar Calgary zonder problemen. Ik had wat meer beenruimte gebooked evenals het pas getrouwde stel naast me. Ook ’n rechtstreekse vlucht is natuurlijk een genot.

Ik maakte me nog wel even zorgen over het inklaring formulier. Daar moet je de vragen met ja/nee beantwoorden of je wapens bij je hebt, en of je een heel aantal goederen bij je hebt. Ik had ’n dairy product (Old Amsterdam kaas) maar ook ’n katapult en beerspray. De eerste met ja ingevuld de andere met nee.  Nou dan duurt die wachtrij lang…..  Afijn alles kwam goed.

In Calgary op zoek naar een bus welke naar Edmonton gaat. Red Arrow.  Deze gevonden en gebooked dat ze me in 3,5 uur in Edmonton downtown af zouden leveren. Daar haalde Kerry me op, op exact de plek waar de bus stopte. Hun kids herkenden me nog…..zeiden ze.

Woensdag 9 sept, de motor ophalen. Ik had er een gekocht via een kennis van toen in Rochester ’n uur ten noorden van Edmonton. Eenzelfde HD als ik heb alleen iets jonger, veel minder km’s en veel zwarter.

IMG_2553
Veronica warm maken voor ’n HD.

Toen ik in Rochester aankwam met Veronica, na bij de HD dealer nog een helm gekocht te hebben, stond ie al te blinken in de zon.

M’n kennis Dan, een echte Hillbilly / Red Neck woont in de busch in een rits ouwe gebouwen zooi. Maar ik tel snel rondkijkend wel een stuk op 7 HD’s.  Nog snel even de navigator monteren en van een voeding voorzien, ’t windscherm verwisselen voor een iets hogere en Kees is klaar.  Veronica was allang naar huis.

Zij stond er al te schitteren.
Zij stond er al te schitteren.

Dus ik samen met Dan naar Westlock om over te schrijven / registry. 25 km in westelijke richting. Daar wilden ze natuurlijk m’n Canadese verzekerings bewijs zien anders krijg je geen overschrijving. Ik had ‘m doch alleen op m’n telefoon een .pdf-je van het stuk. Dus ergens in Westlock een hardcopy zien te krijgen. Uiteindelijk lukte dat bij de bibliotheek. Printen vanaf je telefoon op een netwerkprinter…..pffffff. M’n oude kenteken plaat welke ik had meegenomen naar Nederland ooit en nu weer naar Canada gemonteerd. In Canada staat een kentekenplaat op naam. Daarna was ’t ’n eitje en kan ik terug naar Edmonton. Nog even terug naar de HD om nog een paar dingetjes te kopen. (verwarmd vest, luchtpompje voor de vering). Het vest op aandringen van Dan….. ik zou het nog wel eens nodig kunnen hebben…… Het pompje om de achtervering af te kunnen stellen omdat ’n ritje met nogal wisselende belasting gepland was.  Maar meer dingen niet gekocht omdat ’t veel te duur is bij zo’n dealer in mijn ogen. Ook nog even naar MEC, Mountain Equipment Coop. ’n Tentje gehaald en nog wat verdere dingetjes welke gewicht toe kunnen voegen. Maar daarna was ik volledig uitgerust.

Donderdag 10 sept. Nog even een kleine raincover halen voor m’n kleine rugzak bij MEC. De grote, voor de rugzak een dag eerder al gedaan.

Schermafbeelding 2015-09-16 om 10.20.15
Trip 1. Edmonton-Hinton. Je kunt de stuurinrichting en de cruise control vastzetten…..

Daarna heading Hinton. Daar aangekomen eerst even naar BLE wezen kijken.

Blue Lake (Centre)
’t Bord staat er nog. De weg vol met gaten. Er wordt slecht onderhoud gepleegd.

Via de parkeerplaats en de shorcut naar de cabins. Met de motor even rondgereden en wat foto’s gemaakt. Ik wordt er toch triest van zoals het erbij ligt. Totaal geen activiteit meer. De kano’s nog in de stelling bij Blue Lake, de prowler (onze 4WD) in t hok, de Subaru in de garage bij t eerste huis. Maar ja verder niks te doen.

DSC_3692

Terug naar Hinton en bij Julie ’n paar uur gezellig alles doorgenomen. Brian werd ook nog invited maar kwam niet. Te druk met z’n nieuwe vriendin.

Daarna door naar de van Klaverens en aldaar de avond doorgebracht en overnacht in ’t basement. Twee leuke gezellige bezoeken en goed om hen weer terug te zien.

Vrijdag 11 sept. Bij Canadian Tyre nog wat zaken gehaald. Gereedschap voor bij de motor, you never know, hoes voor de motor zodat niet zichtbaar is wat er staat, doch kan er geen vinden. Nog wat spanbanden voor de rugzakken. Daarna in westelijke richting naar Jasper gekoerst.

DSC_3742
Geen selfie Martine maar is deze ook goed?

Daar een keer rond gereden, wilde een broodje halen maar kon nergens geschikt terecht, dus door naar Mnt. Robson. Daar een paar plaatjes geschoten, prachtig die berg in de sneeuw. Had de berg ook nog niet zonder wolken gezien, hetgeen ook zeldzaam is volgens kenners.

Mount Robson.
Mnt Robson, altijd gaaf om te zien. Zonder wolk om de top is een zeldzaamheid.

Maar ik moet ook km’s maken. Het stuk door de Rockies is overweldigend mooi. Als je “eruit” komt rechtsaf in noordelijke richting naar Mc Bride en Prince George. Beiden groter dan gedacht. Zeker Prince George. Moderne Canadese industriestad. Ik vind en haal, bij Canadian Tyre nog een hoes voor de motor. Volgens Dan, (bike seller) reduceert dat de kans op diefstal. Men weet niet wat eronder zit en hoe de beveiliging te ontmantelen. Sounds reasonable! Dus weer 25 piek extra verzekerings premie.

Het is wel wennen om uren achtereen op de motor te zitten dus er volgen nogal veel korte stops om te rekken en te strekken. Qua safety is de helm goed passend maar met nogal wat drukpunten. Het begint te wennen. Dit was pas dag twee. Onderweg spreek je ook veel mensen. De een waarschuwt voor de sneeuw, de ander voor regen en weer een ander voor kou en icy roads. Sneeuw snap ik, maar het is toch nog vroeg in het jaar. Alles kan, regen, wind en sneeuw, maar het smelt ook weer weg. Regen: naast dat je nat wordt blijft alles kleven met name als je gravelroad hebt. De Canadese klei blijft dan plakken en wordt als beton. Maar…. t regent niet en (nog) geen gravel road. Kou, kan ik me tegen kleden. Verwarmde handvaten, verwarmde zitting, en een heated vest. So wel prepared in my opinion……

Ik eindig dus vandaag in Vanderhoof.

Zaterdag 12 sept, vanmorgen alles weer ingepakt. Er komt iets systematisch in. Tanken en “a hot start” met een ontbijtje in ’t dorp Vanderhoof in ’t North Country Inn.

Dat dan weer wel…….

Schermafbeelding 2015-09-16 om 10.23.25
Trip 2: Hinton _ Vanderhoof

Uiteraard wifi hier en even de route voor vandaag uitstippelen. Omdat ik vroeg wakker was nog maar even de eerste ervaringen hier neergezet. Anders vergeet ik van alles.

Ik wil proberen om vandaag Cranberry junction te bereiken.

Terwijl ik vanochtend begon met deze weblog, zat ik nog te juichen over het mooie weer terwijl het buiten al regende. Dat heeft het de hele ochtend gedaan, maar ik moet verder, c.q. ik weet niet wanneer het stopt. Rond de middag in de buurt van Houston stopte het,

Tussen Mc. Bride en Prince George veel bos en ook een Ancient wood. (heel oud bos)  Na Prince George veranderde het landschap, weer meer gecultiveerd, boeren bedrijven, gebouwen en zo.

Ik zit nu even bij BP (Boston Pizza) internet en m’n geliefde Ceaser Salad verorberen als lunch. Daarna verder tot Meziadin Junction naar ik hoop.

Nu om ca 21:00 uur kan ik zeggen dat dat gelukt is. 540 km van Vanderhoof naar Meziadin Junction.  Dat is dus een uur verder dan Cranberry Junction. Dat stond ook nauwelijks aangegeven. Zodra je afslaat naar het noorden, na vanaf Edmonton eigenlijk steeds West te hebben gereden, besef je dat het nu rustiger wordt in deze remote oorden.

Schermafbeelding 2015-09-16 om 10.27.33
Trip 3: Vanderhoof – Meziadin Junction. Bij Kitwanga kun je nog linksaf in zuidoostelijke richting naar Kitimat. Daar heeft een oom van mij jaren gewerkt aan de power plant. Ik ga er de Skeena River over naar het Noorden.

Het begon al met 50km gravel op de weg. Gelukkig niet die met klei maar gravel op asfalt. Met al dat gedierte op de weg, of eigenlijk in de bossen langs de weg is het steeds scherp opletten, dat is geen uren vol te houden. Midden op de weg rijden dan heb je de meeste tijd denk ik dan maar en op die gravel stukken niet harder dan 80. Dan komen wel allerlei hillbillies er met 100 langs stuiven in de grote trucks of je komt ze in tegen.  Na 50km werd het weer netjes asfalt. Zo’n Vorden-Ruurlo weg maar dan wat minder geplaveid en zonder eind….

Ongeveer daar zag ik nog een zwarte beer van de weg aflopen. Daar lag een blikje met of frisdrank (zoet) of bier. Dus dat is de eerste stap naar z’n dood. Want zo’n beer blijft op zoek naar deze dingen en gaat van kwaad tot erger tot de dood erop volgt. Jammer.

Deze jongens waarschijnlijk al te vaak gevoerd, dan sta ik er ook niet meer voor in.
Deze jongens waarschijnlijk al te vaak gevoerd, dan sta ik er ook niet meer voor in.

Kom ik in Meziadin aan en wil op de campsite gaan staan. Komt er ’n native aan die zegt:” You better don’t do that! You will get visitors tonight” Nu bevolken een hele trits natives op deze Junction een arbeiders kamp met woon containers en een keuken en wat VT-studios.

 

 

 

 

 

 

’t “Opperhoofd”  vraagt of ik mee wil eten. Voor $16 wil ik dat wel. iets meer dan ’n tientje.

IMG_2569
$16,= meal.  ’n Kop soep, glaasje fris, kom salade en een bord vol energy.

Beef zegt hij nog, met gravy. De beef was ook goed, de gravy in de garbage.   Slapen in een kleine cabin, nou dat ligt wel lekker denk ik. Zonder gordijnen, maar het is toch donker buiten.

Morgen naar Watson Lake is het plan zoals het er nu uitziet. 600km. KWW !

Zondag 13 sept.  Idd Watson Lake bereikt. Ging als een zonnetje qua rijden maar zeer wisselend qua weer mag ik wel zeggen.

DSC_3823
De kleuren van de Indian Summer zijn telkenmale weer overweldigend. Je wilt steeds weer stoppen om er nog een te schieten.

Zon met buien. De “slotbui” mocht er zijn. Het leek wel nacht te worden zonder een streep van verbetering aan de horizon. ’t Begon met een hagelbui, toen iets sneeuw maar vervolgens harde regen.

DSC_3831
Een buitje uit het westen.

Na zo’n 30 min zie ik ’t iets lichter worden in het noorden. Laat ik daar nou net naar toe moeten. Toen het droog werd veranderde het landschap in een zwart geblakerde bende. Wel 50 km zwart gebrand bos. Door zulke bosbranden vernieuwd de natuur zich.  Zonder periodiek, om de 50-100 jaar, zo’n brand hoopt er zich geen gigantische hoop brandstof op. Een afgebrand gebied  vormt weer een natuurlijke barrière tegen (te) grote bosbranden.

DSC_3810
De Stikini River, een woeste onder de riviertjes hier. Iets verderop naar het westen ligt Telegraph Creek, alwaar de telegraaf verbinding naar Atlin begon c.q. verder ging. Nu een befaamde hiking route.
Dit bord als toevoeging spreekt voor zich.
Dit bord als toevoeging spreekt voor zich.

 

Vanwege de nattigheid en ook omdat het  fris was toch maar een soort van herberg opgezocht. Het is een oude kazerne van de Air Force, gekocht door een voormalige Duister die de scepter zwaait, kamers zonder wc en douche, de Air Force Lodge genaamd. Utilities zijn centraal. Dus kamertjes voor de manschappen.

 

DSC_3827
M’n 1800cc Harley rijdt als een zonnetje. Ja een kleine upgrade van de originele 1490cc, maar dat heb je ook wel nodig met zo’n vracht….. Plof….plof….plof, als het zo doorgaat teken ik ervoor.

Het grote gat is gedicht, oftewel het lange stuk tussen de afslag na Hazelton en Watson Lake. Dat was ook een grote onbekende. Bij Edmonton zei een biker al.”Don’t mis a (gas) station, dat heb ik ook nauwelijks gedaan. “Will be cold” zei een ander. Dat was ’t de laatste uren. “Will be long!” Dat was het ook. Natuurlijk een prachtige natuur, mooie kleuren, soms rechte stukken maar ook stukken met veel mooie bochten, weinig tot geen sneeuw en toch over drie passen gereden. Ik zag steeds te laat hoe hoog deze waren.  Op deze remote routes rij ik alleen, eigenlijk ben je altijd samen met de andere gebruikers. Als je op een ongewone plek stilstaat komen er na verloop van tijd mensen die vragen of alles ok is. Maar vandaag kwam ik geen motor rijder tegen. Dus denk je is dat goed? Rijdt men hier op zondag niet? Tot 10km voor de Junction met de Alaska Highway komt er een. Ik zwaai redelijk uitbundig. Eigenlijk denk ik: Hij lijkt wel gek om nu nog op weg te gaan. Maar misschien “a native guy….”

Bij het passeren van de grens met Yukon.

DSC_3834
Yukon. Larger then life !
Route zat. en zon. 12/13 sept.
Route zat. en zon. 12/13 sept.

Morgen richting Whitehorse of Atlin BC. Dat is een route in westelijke richting zwervend om de 60ste breedte graad.

Ik kijk de route steeds op www.drivebc.ca Dat geeft veel info.

Watson Lake, wellicht ook bekend om haar plaatsnamen bordjes.  Ik wist het ook niet maar het is werkelijk imposant hoeveel mensen er zo’n bordje geplaatst hebben.  75.000 volgens de laatste tellingen. Dan moet je er al met voor bedachte rade naar toe gaan, anders neem je er geen mee.

DSC_3843
Vele duizenden….                                                                                                                                                          In 1942, a homesick soldier stationed in Watson Lake added a sign to the existing milepost pointing to Danville, Illinois. Today, 75,000 signs adorn the same location.

The tradition of leaving directional signs grew from that simple beginning. My earliest recollection of this site when I passed by it in 1972 was of a modest row of signposts beside the highway. The Milepost magazine for that year did not even mention it as an attraction.

By 1992, 50 years after the first sign was placed, the number of signs displayed there had grown to 10,000. Today, that number is around 75,000, and the signpost forest is the biggest visitor attraction in Watson Lake.

Morgen naar Atlin.

Zondag 13 sept. Plan is vandaag naar Atlin te rijden, naar Bart de Haas. Dat betekent richting Whitehorse maar dan bij Jakes Corner van de Alaska Highway af en 100km gravel road naar het zuiden. Die weet ik me nog wel te herinneren van 10 jaar geleden.

Trip 4:Watson Lake - Jakes Corner
Trip 4:Watson Lake – Jakes Corner

 

’s Nachts had t een graad of 5 gevroren. Er logeerde in dat Air Force motel ook een Amerikaans stel uit Oklahoma. Dus als motorrijders gauw contact. Door hen werd ik uitgenodigd om mee te gaan naar de lokale Chinees. Heerlijk gegeten en gezellig gepraat. Hij was piloot en vliegtuig mechanieker en had vele jaren in Zuid Afrika gewerkt en gewoond samen met z’n vrouw. Vliegen voor de missie posten. Waren zelf ook nogal gelovig. Sinds jaren weer gebeden voor het eten: “Praise te Lord”.

’s Ochtends was zijn motor was helemaal wit bevroren van boven. Ik had er m’n hoes overheen zodat alles droog was en niet bevroren. Starten ging ’n tikkeltje moeizamer. Maar de eerste 2,5 uur waren stervens koud, in 100 km drie keer eraf geweest om warm te lopen, daarna liep de temperatuur op en was het lekker motor rij weer. Bij Jakes Corner weer tanken en opwarmen waarna nog exact 100km zuidwaarts naar Atlin. Prachtige route langs Little Atlin Lake en Atlin Lake.

DSC_3867
Geweldig uitzicht over de Teslin bridge met het landschap erachter.

 

Hier de eerste, joekel van een, grizzly gespot in the ditch.

Grizzly # 1 gespot 50km westelijk van Watson Lake.
Grizzly # 1 gespot 50km westelijk van Watson Lake.

Na 30 km een weg opbreking van 6 km. Alle asfalt eruit, een brug eruit en alles nog zand. Dat zand houden ze nat / drassig waarschijnlijk om in te klinken. Je moet wachten tot er een pilot truck komt welke voor je uit rijdt. Ik heb alle stuurmans kunsten erbij moeten halen om de motor rechtop te houden. Diepe sporen, modder echt shit. Op het laatst nog een houten bruggetje van 10 meter lang. Twee rijbanen lagen 7-8 cm hoger en 30cm breed. Daar ging m’n mooie balans toch nog bijna aan diggelen toen ik tegen de linkerrijbaan aan reed. Met kunst en vliegwerk dat 500kg zware ding overeind gehouden.  Slechte voorzieningen dus voor een motorrijder. Ik kneep ‘m al voor de terugtocht. De volgende 70 km waren geweldig. Enkele jaren geleden heeft men in 14 dgn de gehele route van asfalt met gravel voorzien dus prima te berijden.  Na een rondje Atlin direct naar Bart z’n huis gereden 4 km verder. Niemand thuis maar alle deuren open. Dus weer terug naar het dorp. Geen Bart te vinden, dus koffie bij de Pine Tree. Hij was net weg zeiden ze.

Eerst nog even naar Chris de piloot van het lokale vliegbedrijf. Hem eerst verteld dat hij een basterd was, vanwege het feit dat hij me enkele jaren daarvoor, tot twee keer toe uit het vliegtuig had gegooid met rugzak en al in het water na een z.g. noodlanding /plane crash.  Hij kreeg weer een grijns op z’n gezicht.

img_0040

Hem verteld dat er mogelijk een (weliswaar kleine kans) op een telefoontje uit Nederland komt bij nood van mij. Dan krijgt hij coordinates en moet hij me snel hulp bieden en evacueren. Dat zou goed komen zei hij.

Lake Atlin met Mnt Theresa op de achtergrond.
Lake Atlin met Mnt Theresa op de achtergrond.

Wederom naar Bart’s huis. Hij had al een vreemde zien rijden maar wist toch niet wie het was toen ik volledig gedressed daar aankwam. Dus de hele avond gezellig gepraat. Ik heb hem uitgenodigd om bij de Pine Tree te gaan eten. Dat sloeg Bart niet af. Daarna stelde hij voor om nog even naar de Atlin Inn te gaan. Daar een biertje gedronken en toen weer naar huis. Vroeg gaan slapen in het gasten verblijf. Dat wil hij eigenlijk verkopen maar dan moet men het gebouw ook mee verhuizen. Alhoewel een mooi gebouwtje zie ik dat nog niet snel gebeuren.

Bart's groenten tuin. Bart weet dat korstmossen en groenten beid tijd nodig hebben om te groeien. Dus een klein kasje misschien.....
Bart’s groenten tuin. Bart weet dat korstmossen en groenten beide tijd nodig hebben om te groeien. Dus een klein kasje misschien…..

Bart is druk met z’n groente tuintje, voor volgend jaar dan.  Maar als het echt begint te vriezen houdt alles op en zit je alleen binnen. Alhoewel het een mooie plek is zit hij wel vrijwel de hele zomer alleen op ’n enkele bezoeker na. ’s Ochtends even koffie drinken in de Pine Tree, dorps geleuter, maar dan hoor je er wel bij natuurlijk.

 

 

 

Maandag 14 sept. Volgende morgen na ’t ontbijt vertrokken. Ik moest nog naar Kevin Kitchenham maar wist z’n adres niet. In Nederland had ik gezocht op Kijiji naar te koop zijnde kayaks en vond er twee in Atlin…..hoezo toeval? Hij zei via de mail dat kopen voor een paar weken onzin was. Ik kon ze wel mee krijgen.

Bij hem had ik dus twee kajaks ter beschikking gekregen. Maar omdat de reis nu toch iets anders wordt ingedeeld is de tijd om de geplande kajak route te gaan varen te kort, dus komt de logistiek ook anders te liggen. Dus de kajaks niet meer nodig. Het waren vouwkajaks, dus konden ze zo op de motor mee. Eerst bij de Pine Tree geprobeerd wifi te krijgen maar dat werd niet geshared. Dus naar het Northern Light College, daar kun je gratis gebruik maken van internet. Na 20 min. zoeken niet te vinden. Dus vraag ik aan de juffrouw aldaar of ze van de 200 inwoners van Atlin ook Kevin kende. Jazeker hij woont 10-15 miles north of Atlin and then to the right a couple of miles. Maar precies wist ze het niet. Ik zou maar bij Corinne van de Grocery store vragen. Die wist het iets beter en had zelfs een schets. Dus ik rij er naar toe.

Lokale schets
Lokale schets

 

Rufner Mine road en dan na 2-3 mls oost, langs een farm en dan schuin rechts naar beneden naar de river.

De Mine road was prima. Maar de afslag ging direct omlaag 20% helling met allemaal grote rotsen erin. Eerst maar even lopend verkend. Nou ja moet dan maar, ik wist ook niet hoe ver het nog was. Dus voorzichtig met dat top zware ding naar beneden. Ging goed tot de laatste bocht, een hele dikke kei en daar lig ik. Geen schuiver maar eigenlijk bijna vanuit stilstand omgevallen. Ik kreeg ‘m met geen geweld weer overeind. Maar er komt iemand aanlopen. Ik roep vragend: “Kevin?”. Yes zegt ie.

Een schriel mannetje. Ik denk als die kayaks van hem zijn passen ze voor mij nooit en te never. Henk misschien nog wel.

Can you give me a hand?. Na enkele pogingen kregen we ‘m weer op de wielen en hij lag nog niet eens helemaal plat. Punt is dat je direct de remmen moet activeren anders rolt ie  verder, van de bult af, zo weer om. Ik ben er weer op geklommen en heb ‘m uit laten rollen. Welcome he said :-).  De kajaks welke hij had waren Feathercrafts, een Canadees merk uit Vancouver, alwaar hij 15 jaar had gewerkt. Het bootje was eigenlijk ook te klein voor mij. Moet ook wel gezien zijn postuur. Hij vond t sympathiek dat ik hem dat helemaal was komen vertellen, had ook per e-mail gekund zegt hij. ’n Uurtje gebabbeld. Hij had nu 6 sledehonden waarmee hij ’s winters tochten organiseerde. Toen moest ik weer die bult op naar de weg. Twee keer naar boven gelopen om te verkennen wat de juiste route was, waar links rijden en waar rechts. Uiteindelijk de route maar in het zand gekrast met een stok. Ik dacht ook flink snelheid te moeten houden dan is tie wat minder gevoelig voor afwijkende invloeden. Wel eerst de bagage eraf gehaald en op zijn truck gelegd om separaat naar boven de brengen. Dat voelt toch wat beweeglijker aan. Toen weer aangekleed (motorkledij), gas erop en als een echte cross motor naar boven springend op de grote ronde keien. Piece of cake eigenlijk…. bagage er weer op en richting de volgende hindernis de 6km road works. Na, daar, die houten brug vlug te hebben bekeken kon ik daar simpel over als je maar weet hoe. De watertank wagen kwam net weer terug. Ik denk shit da’s bagger. Maar viel mee en vervolgens gas erop richting Whitehorse.

De route nog iets aangepast door via Tagish en Carcross te rijden. Langs Tagish Lake leek me wel leuk omdat we daar ook zouden kajakken.

Om even in Atlin te kijken was dus 200km om, op een totaal van 438km. Dus werden het 638 kilometers in 2 dagen.

Regards Leo